J’aime, j’aime Durbuy

Voor wie op deze post terecht gekomen voor Rob Vanoudenhoven voor zijn versie van J’aime, j’aime la vie, dit is wat jullie zoeken. Klikken, kijken en oprotten of ergens anders gaan googlen.

We gaan op weekend.  En jij, snoodgeaarde medemens onder de lezers mijner blog, voor je probeert om ondertussen mijn in- en uitboedel te komen pikkedieven, ik laat mijn huis niet onbewaakt achter.  De slotgracht is nog eens uitgebaggerd, het alarm staat op scherp, de honden hebben niet meer gegeten sinds de kinderen zjin komen driekoningen, Google satellieten werden afgehuurd, maar vooral twuuf en haar deegrol blijven thuis.

durbuy We, dat zijn het groepje toneelingen die in mei weer een meesterwerk zullen maken, ontstaan vanuit het niets.  Dat niets, dat is er nu nog, en na onze hoogtestageweekend verworden tot een serieus ‘iets’.  Ik ga er nog niet veel over vertellen, omdat… er ook nog niet veel over te vertellen is.

We gaan dus een weekend lang theateren, dansen, improviseren, zingen, muziek maken, verven en creatief wezen.  Dat zet ik er bij for the record.  Want voor de rest neem ik dit mee:

  • fotocamera’s
  • videocamera
  • laptop
  • wireless router (you never know)
  • kabels, meters kabels (voor de wireless) en verlengkabels
  • iPhone (never leave home without it)
  • boxen
  • kaoscillator (om van woowoo en wawa te doen)

Er zal dus sowieso niet veel meer van waarde overblijven in mijn kot.  (Behalve dan mylady)

De laatste show

Vandaag de laatste “Sex in Sakhalinsk” gespeeld, althans de voorlopig laatste.  Het gapende zwarte gat (dat van de Fat Lady uit It ain’t over till the fat lady sings) meldt zich al aan met bonkende contracties.

Ik zal er mij enerzijds in nestelen, in dat warme, donkere hol, al was het maar om weer wat slaap in te halen.  Ik heb nog nooit een productie meegemaakt waar we zo vaak, zo lang en te vaak te lang bleven nabeschouwen in pub of fout café.

En natuurlijk, ik zal het missen: de wakke geur van de barak, de muffe walm van creatie die in elke vezel van mijn kleren bleef hangen en de fraigrance van sigaretten die mijn poriën opnamen en thuis in rookwolkjes weer exhaleerden.

Maar vooral ook de leute en de fiele Leute.  En nu kruip ik in bed voor ik uit melodrama in coma beland.

Op naar Folie à Deux – La Suite.

Honesty

Het is zo verdamd moeilijk om vrolijk te liegen als je naar een toneelstuk gaat kijken van mensen die je kent, en dat ze je dan achteraf vragen wat je ervan vond.  Och ja, je kan wel kiezen uit:

’t Is niet echt mijn ding of

Zoveel tekst dat je hebt moeten leren! of

Schone kostuums (alternatief voor ‘schoon decor!!!’) of de ergste boosdoener van al:

Goh, wat vond je er zelf van?

Ze hebben er hun ziel in gelegd, ze willen niet liever dat je naar hun kindje ‘gaga’ en ‘woehoe’ zegt.  Je wil zeker niet dat zieltje met je stevigste bergbotinen vertrappelen, maar oh jee, het is zo moeilijk om er iets positievers uit te persen dan bwoa joa.

En daarvoor wil ik nu eens mijn excuses aanbieden, se, sorry dat ik niet als eerste repliek gezegd heb: “Proficiat, joh!”

Maar weet dat ik die eerlijkheid ook van jullie verwacht, jullie ja!

Gentse Feesten feesten zonder mij

Nog één dag Gentse Feesten (Morgen Maandag) en we kunnen de Korenmarkt weer oversteken zonder daarbij verplicht geflankeerd te worden door een Hollander links van je (gesjellig svee’tje, he, Japie… Japie?  Waar is ie nou?  Jaaaaaapie!  Hierho!!!  Neej.  Hieeeeerho!  Die randdebiel hoort me niet. Jaaaaaaaaaaaaaaaaaaaapie!), een Britse stiff upperlipper rechts van je (this isn’t quite as organized as it should be, act’ally) en Westvlamingen achter je, voor je, boven je, en straalbezopen onder je (oeps, sorry, man – Wuk zeh jie?).

En toch, ik heb de Korenmarkt dit jaar niet gezien tijdens de Gentse Feesten.  Evenmin als de Grasmarkt, Korenlei, Belfortstraat, Vrijdagsmarkt, Patershol… 

Veel komt natuurlijk door de voorstellingen van Folie à deux die we de eerste helft van de feesten gespeeld hebben.  Ik liet mezelf niet toe om nog te gaan stappen als we de volgende dag alweer een voorstelling hadden.  De laatste avond ben ik wel nog afgezakt naar Baudelo, bij Sint-Jacobs (waar al geen fluit meer te doen viel) en de Vlasmarkt (waar de zonsopgang zo heerlijk baadt in Seitanburgers en Irish Coffee).  Maar voor de rest was ik voor feestgedruis aangewezen op de verslagen van gentblogt.

En morgen, welja, morgen is een werkdag, another day, another dollar.