Borobudur

Yogyakarta, Java.

Eindelijk wordt duidelijk waarvoor ik de afgelopen nachten getraind heb in het vroeg wakker worden. Het is zondagochtend, kwart over vier in de nachtelijkheid en wij maken op onwe beurt de imams wakker met een Allahuh Akhbar (Allah is groot, groot is Allah, en Iza is nauwelijks wekbaar).
Vandaag wullen we het krieken van de ochtendzon boven Borobudur aanschouwen. We vertrekken, krijgen ontbijt mee en stijgen in Keroya’s busje. Wat blijkt: Keroya heet gewoon Kero. De vregissing was ontstaan omdat hij achter elke zin “ja” plakt. Begrijp je, ja? We ‘selamat pagi’-en hem op deze vroege ochtend.

Mount MerapiHet is een uurtje rijden naar Borobudur en onderweg stoppen we eventjes om een foto te maken van de rokende vulkaan die zo af en toe nog wat lava spuwt. Iza lijkt zelfs tijdens Kero’s uitleg met geen actieve vulkaan wakker te krijgen. Lang pauzeren we niet want we willen de zon zien opkomen boven Borobudur.
Op de bus stappen Iza droomt weg

Overzicht BorobudurIn Borobudur krijgen we een gids met alienogen (volgens Iza, die prompt wakker geschoten is). Hij vertelt ons dat Borobudur de grootste Boeddhistische tempel is, bestaande uit een gebouw. Je kan wel op Borobudur, maar niet in Borobudur want er zijn geen kamers, alles is buiten, het is een massieve constructie. Het is mistig vandaag en met de opkomende zon krijgt het bouwwerk iets mysterieus, het draagt bij tot de imposante verschijning, niet voor niets een van de wereldwonderen. Het loopt vol met schoolkinderen. Zondag is blijkbaar een drukke dag om Borobudur te bezoeken, omdat vele kinderen uitstapjes in groep maken. Onze gids, die er ook een bevreemdende vettige lach, lange duimnagel en voorliefde voor mannen op na houdt, vertelt ons dat we een wens moeten doen, onze hand in een van de stupa’s steken die op het hoogste platform staan en als we de voet van Boeddha kunnen aanraken (Iza) en de vinger van Boeddha (Jim) onze wens dan uitkomt. Er flitsen mogelijk wensen door mijn hoofd als een keertje goed slapen of wat minder klef zweten op het middaguur of nooit meer muggenbeter zonder te moeten sprayen, maar uiteindelijk kies ik een minder praktische wens. Aangezien het mij gelukt is om van vingerke-frunnik te doen met here Boeddha, zou mijn wens bewaarheid moeten worden. De komende 70 jaar zullen het uitwijzen.
Zonsopgang boven Borobudur Iza en gids

Onze gids doet aardig zijn best om ons op een grappige manier heel wat uitleg te geven over het Boeddhisme en Borobudur ook al is hijzelf moslim. Ik vind het een markante symbiose: je ziet overal vele tekenen van Boeddhisme en hier op Java is nagenoeg iedereen moslim (inclusief hoofddoekerij), maar het Boeddhisme is nooit ver af. De gids moet af en toe stoppen omdat horden kinderen met ons op de foto willen. Ze verdringen zich en roepen al van ver “Hello Mister. Photo?” Wij laten ons gewillig fotograferen, zien uit onze ooghoeken dat sommigen stiekem foto’s van ons nemen (omdat ze het niet durven vragen). Maar als er eentje het aandurft om met ons te poseren, dan volgen klasgenootjes die zich helemaal verdringen tot wanneer wij zelf nog nauwelijks zichtbaar zijn. We krijgen op den duur ervaring in het poseren, het ontdekken van gesluierde moslimmeisjes die al hun moed (en hun Engels) bij elkaar rapen om ons te vragen of we op de foto willen met hen op de foto willen met hen. Ik overdrijf niet als ik zeg dat we wel 30 keer gevraagd worden, en tel daarbij nog eens tientallen verdoken foto’s. We maken ons los uit de menigte, maar overal op de Borobudursite kijken de kinderen naar ons. Ook hun begeleiders -zij het wat subtieler. Toen we in Japan waren keken de mensen ook naar ons. Maar na een paar seconden draaiden ze hun hoofd weg (uit beleefdheid). Hier blijkven ze kijken tot wanneer je “Hello” of “Selamat Pagi” zegt en ze in koor jouw kreet echoen. Het is grappig voorspelbaar.

Van Borobudur en vooral dan de intensieve photoshoot, hebben we honger gekregen, dus gaan we ontbijten aan het kraampje waar onze chauffeur Kero op ons zit te wachten. We hebben ontbijt meegekregen vanuit het hotel, maar we zijn niet de eersten, want een legioen mieren hebben onze ontbijtdozen eerder ontdekt. Ze slaan op de vlucht achter onze bananen wanner we de dozen openmaken. Met veel zachtheid en wat geblaas -we houden de Boeddhistische gedachte hoog om geen enkel levend wezen te doden- weten we onze broodjes, jam en hagelslag te redden. Kero is ondertussen verdiept in papierwerk. Hij schrijft een klein woordenschatboekje zodat we ons Indonesisch kunnen opkrikken.

Van daaruit gaat het naar Mendut, een kleine tempel waar we wel binnenkunnen. Het is pikkedonker in het kleine hoge tempeltje. Er staat een groot Boeddhabeeld waar we weinig van zien. Maar dan, als in The Fifth Element (“Aziz, Light!!!”) komt het licht langzaam op en valt rijkelijk op het beeld. Net buiten de deuropening staat een bewaker die als voornaamste job heeft het zonlicht via een uit zilverpapierstukjes gefabriceerde spiegel in de tempel te weerkaatsen. Na een paar oh’s en ah’s en konitchiwa’s (een Nissanbusje Japanners hebben de tempel betreden) kruipen we terug in de auto om onze derde tempel van de dag te bezoeken. Of neen: eerst koopt Iza nog een klingelklangelmuziek-cd (ze schijnt ineens te houden van gammele gamelanmuziek).

Wanneer we op de parking van de Prambanantempel arriveren is het zo heet dat de kraaien en de lokale snuisterijverkopers zitte te gapen (die laatsten gapen naar ons, want we blijven een curiosum). We zetten stevige tred naar het tempelcomplex dat jammer genoeg door de aardbeving van 2 jaar geleden getroffen is. Daardoor is het niet meer mogelijk om de tempels binnen te gaan, maar we kunnen wel nog rondom en krijgen een mooi zicht op deze vulkaansteenzwarte bouwwerken. Het is eigenlijk te heet om lang rond te lopen op deze site, maar de Indonesische jeugd gaat hier nog driester te werk om ons op fotografisch CMOS vast te leggen. Ik kijk vanop een afstand hoe ze Iza ‘verzwelgen’, maar dan moet ik er ook aan geloven want Iza is zo menslievend om de aandacht om mij te vestigen. Ik poseer, sta wat stoer of ga op mijn hukje naast hen zitten, word omarmd, overrompeld, probeer te ontsnappen. Ik voel mij een eendagsbekendheid en dat gaat al een paar dagen door. Een fotovoorval doet Iza en mij wegsmelten. Een papa met 5, 6 jonge kinderen wil zijn kroost met ons vereeuwigen. Daarna geven ze ons (ze hebben elk een schattigheidsimpact van 12 op de schaal van Richter) een hand en strijken onze hand daarbij langs hun wang. Ik kan Iza nog net tegenhouden of ze heeft er een paar geadopteerd. Kero wacht op ons en we schuiven aan om een drankje te drinken en worden daarbij muzikaal ondersteund door twee zingende Javaanse madammen.

Prambanana

Sanur, Bali.

We moeten beter slapen.  Wezullen beter slapen.
Het is 3u30 en we vragen elkaar of we nog slapen. Jetlag. We hebben het er nog over dat we de dagelijkse regenbui nog niet gezien hebben of de nachtgoden zetten gedurende 5 minuten de hemelsluizen open. De vogels in kooien zijn gestopt met zingen, de krekels houden hun vleugels stijf op elkaar en de eenden (door pseudo-ornitholoog aldus herkend) steken zwijgend de snavel in hun veren.

Vandaag wordt een reisdag. We nemen afscheid van het hotel en haar immer lachende staff en worden naar de luchthaven van Denpasar gereden. De afdeling Domestic Flights is heel wat anders dan het internationale gedeelte van de luchthaven, waar we gisterennacht zijn aangekomen. Het gonst, kwettert en tettert in een zwoele ruimte waar we met velen het zweet delen.

De Indonesische security buigt zich (glimlachend) over mijn handbagage. In Zaventem zijn ze hen (minder glimlachend) voorgegaan. Ik weet dat het piepkleine camerastatief er op X-ray uitziet als een schrikbarend moordwapen. De man toont het ding met ingehouden pret aan zijn X-Rayman (laat) collega en we mogen gaan.

Aan de luchthaven van Yogyakarta worden we opgehaald door Keroya (sic?) die ons in een mager Suzukibusje naar het Javaans Guesthouse brengt.  Het is een aandoenlijk zicht: een tenger ventje dat een zware koffer in een al net zo tenger busje hijst en vervolgens deze twee Belgische beren laat instijgen.  Het busje kan zes (6) mensen vervoeren.  We scheuren met zijn tweeen bil tegen bil. Centraal in het guesthouse ligt het tuintje met zwembad waarrond de kamers gesprokkeld liggen. Morgenvroeg zullen we in de tuin ontbijten. Omdat we toch nog altijd de jetlag moeten overwinnen, kruipen we in bed voor een paar uurtjes schoonheidsslaap (Iza). De kamer is gezellig klein en de badkamer diepzeeblauw (inclusief wc).

Prambanan tempel bij avondKeroya komt ons oppikken en brengt ons naar de Prambanan tempel waar we zullen dineren en kijken naar het Ramayana Ballet Prambanan.  Het is indrukwekkend eten: ik heb Iza en de imposante Prambanantempel als tafelgasten.  Keroya begeleidt ons naar de tafel, wisselt onze vouchers in voor tickets en verdwijnt dan naar de achtergrond.  De Indonesier die ons aan tafel koele lucht moet toewuiven ontbreekt nog net alvorens ik mij een echte, vette koloniaal begin te voelen.  Maar het uitzicht, het uitzicht is hier zo mooi! En we komen binnen een paar dagen terug, alleen maar om de Prambanantempel te bezichtigen.

Foto: Prins Ranaman heeft de wedstrijd boogschieten gewonnenIn het stenen openluchttheater nemen we plaats naast twee Duitse vriendinnen waarvan de ene haar ganse jonge leven in België gewoon heeft, maar die nu beiden in Bangkok verblijven en op vakantie zijn in Yogya (uit te spreken als Djokdja). Ze vertellen ons dat de voorstelling 2,5 uur duurt.  Het verhaal is eenvoudig maar telt een tiental belangrijke karakters: prins wil prinses trouwen. Stoute man kidnapt prinses. Prins gaat op zoek naar prinses en maakt ondertussen vriendjes.  Met zijn allen bevrijden ze de prinses.  Prinses moet haar maagdelijkheid bewijzen en hoe doe je dat anders dan jezelf op de brandstapel te gooien?  Het lukt.  Iedereen blij, behalve de dooien die zich vanuit het hiernamaals de vingers afkluiven van frustratie.  Kortom, de plot van een spannende Wittekerke-aflevering.  Maar de elegantie van de dansers en hun verfijnde kostuums maken van dit meer dan een avondje VTM: het is een prachtig schouwspel, zeker tegen de opnieuw in de achtergrond opdoemende Prambanantempel, ook al zitten we op zo’n 100 meter van de scene.  Na de voorstelling mogen we op de foto met de hoofdacteurs.  We stormen met zijn honderdvijfenzestig op scene en de acteurs staan voor de triljardste keer op een toeristisch vakantiefoto’tje.  Iza durft nauwelijks dichterbij, bang dat ze met haar radiante verschijning de aandacht van de acteurs zou wegkapen.

Ramayana Ballet Ramayana Ballet
Ramayana Ballet Ramayana Ballet

Keroya staat ons aan de uitgang op te wachten. We rijden terug naar het hotel en hij wil ons nog graag de woordjes Indonesisch opvragen die hij ons tevoren geleerd heeft. Omdat er zweetparels op mijn geheugen staan. haak ik snel af, maar Iza bewijst nogmaals haar polyglotisme. Ook Keroya is een meester in talen: met een Indonesische tongval (of spechtimitatie) weet hij perfect 4 talen te spreken in een 3 woorden tellende zin. Duits springt over op Indonesisch wordt gevolgd door Nederlands vloeit over in Engels. Ik kom in het hotel aan met een hoofd als een erupterende vulkaan; Iza laat het Indonesisch als speelse lava uit haar mond vloeien. Keroya luistert en hoort dat het goed is.