Sneeuw is slecht voor de misanthroop

Maar miljaar het is niet waar.  Het is lang geleden dat ik hier nog eens van boekstaafke gedaan heb.  Zo lang nu ook weer niet, maar we tellen dat dwergje van een post niet mee.

Het zijn bittere dagen voor misanthropen die een zoete afdronk smaken wanneer ze kunnen kankeren op het uitschot van de straat.  Want het heeft zondag gesneeuwd en sommige mensen worden dan vriendelijk, galant tot zelfs sympathiek.  Bèkes.

Ik rij met een BMW.  Zeg 1 keer awoert en dat ik u dan niet meer hoor.  Ik heb daar zelf maar halvelings voor gekozen, hoor.  Awoert.  Ah ja, wel wat had jij dan gedaan als je kon kiezen tussen een Turkenbus (Ford Galaxy) of een Turkenauto (BMW)?  Want dat waren de keuzes.  Een turkentrottinette, zeker?  Awoeeeert.  Ok, dat was de laatste keer, de volgende keer rij ik over u met mijn achterwielaandrijving.

Wat ons naadloos bij het zondagse probleem brengt.  Ik reed voorzichtig naar de Dampoort met mijn auto terwijl het sneeuwde alsof God en Allah een kussengevecht hielden.  Dat gaf gladdigheid en den trolley stond stil op de Dampoortbrug.  Iedereen daarlangs, ik ook.  Wringwring, want geduld heeft niemand als het sneeuwt.  En toen begon het: ik reed maar ik stond stil.  Ik reed sneller maar ik stond stil.  Pattineren, noemen ze dat in de volksmond (waar ik graag eens zou in pattineren).  Het leek alsof die helling eindeloos steil was en voor mij waren andere bmw’s en mercedessen ook al in de problemen gekomen.  Het zweet brak me niet uit, daarvoor was het te koud.  De verwarming had ik uitgezet, want ik moest dringend tanken en wou brandstof besparen.  Zoef… links van mij raast een peugeotje aan een rotvaart van 10 per uur voorbij, en ik draai wat naar links en naar rechts, maar zeker niet naar voor.

Tot.  Wanneer.  Er.  Een.  Man.  Uit.  Het.  Niets.  Helemaal uit het niets.  Mijn auto begint te duwen.  Mooi.  Sympathiek.  Verdomme.  Er bestaan dus toch nog hulpvaardige zondagshelpers.  Mijn dank aan de man in het motorpak (hij zal wel een BMW-motor hebben) of ik had op de dooi mogen wachten.