Resorteren

Lovina, Bali

Ze hebben mij niet gehad, de muggen. Iza daarentegen was voor hen als een zoet, knapperig chocoladebroodje voor een uitgehongerd vrijgezel na een avondje spotten: krokant van buiten met lekkers van binnen. Iza heeft dan ook op de meest onverwachte plaatsen op haar lichaam bezoek gehad van moeder de zuigster: de muis (van haar hand), bijvoorbeeld.

We ontbijten nauwelijks: Iza’s darmjungle heeft nog steeds een verstoorde flora; ik heb het nu al veel te warm om veel binnen te krijgen: ik hou het dus maar bij een paar toasts, een bordje gemengd fruit, een pannenkoek met ananas en een gemengd vruchtensapje plus kopje thee. Kolonisten van weleer zouden hier hartelijk om lachen. Omdat de Indonesiers dollars in hun ogen hebben wanneer ze naar je kijken (kan je het hen eigenlijk kwalijk nemen?) wordt het gevoel dat je op een bepaalde manier ook een koloniaal bent, alleen maar bevestigd. Voor beide partijen. Toch?

Vandaag verhuizen we naar een ander hotel in Lovina. We trekken naar een resort waar er een spa aan is. De mensen vragen ons waarom we maar 1 nacht in hotel R blijven. We antwoorden hen dat we naar een ander hotel in Lovina gaan. En als ze dan vragen hetwelke (want ze vragen door, Indonesiers willen alles weten) dan wordt er al eens een wenkbrauw opgetrokken of een oog dichtgeknepen tegen de zon. De vraag is eigenlijk niet waarom we maar een nacht in hotel R blijven, de vraag is waarom we maar 2 nachten (en geen drie) in het resort blijven en de overnachting in R niet gewoon overslaan! Het antwoord is dat het te duur is voor onze geldbeugel, maar dat is iets wat je hen natuurlijk niet kan vertellen, want voor hen zijn we zo rijk als de zee diep is. Laten we eerlijk zijn: wij Europeanen zijn met hen vergeleken schandalig rijk.

We hebben nog een paar uurtjes alvorens de chauffeur ons oppikt, dus lopen we langs het strand en gaan we een winkeltje annex piepklein tea-roompje binnen. Er is ook het achterterras dat uitgeeft op een slordig riviertje, plaats voor 12 toeristen. In de rivier komen af en toe krokodillen voor, aldus de gerante, iets wat mij ten zeerste verbaast want het riviertje is niet breder dan een geoefend sportman kan verspringen, en de diepte lijkt mijn enkels niet te kunnen onderdompelen. Maar zoals met alle vreemde krachten op deze eilanden, neem ik het zekere voor het onzekere en bestel ik K3-braaf een kopje thee en deel ik met Iza een gebakje. Het winkeltje dat eco-trendy is en thee, koffie, zeep en incense verkoopt is helemaal in het groen gestoken. Ook het terras, de stoeltjes, kussens, kopjes & bordjes gaan van lentefris naar snotgroen.

Iza in 't groen Paling in 't groen

Ik drink voornamelijk thee, dat zal elke kennis, vriendmens en familieheerschap kunnen beamen, en hier in Indonesie is dat niet anders. Ik heb mij via Iza laten wijsmaken dat het drinken van koude dranken in een warm en vochtig klimaat juist het averrechtse effect heeft: je zou er namelijk nog meer van gaan zweten. Dus laat ik dat uit (ijskoude dranken drink ik sowieso niet) en les ik mijn dorst met warme thees. In het begin krijg ik dan wel een opstootje van vocht in de porien, maar daarna lukt het me aardig om mijn zilte vocht niet in het rond te sproeien. Ik dacht, het is misschien fijn om u dat mee te geven als extra informatie.

Onze rit naar het volgende hotel duurt exact 11 (elf) minuten, inclusief in- en uitladen van de kilo’s overbodige bagage (want we laten veel wassen). Het contrast met het vorige hotel is scherp, maar vriendelijk zijn ze overal. Na een welkomstdrankje (met alcohol! ah, ja, hier op Bali mogen ze in tegenstelling tot Java alcohol serveren) betreden we onze bungalow. Mijn orale laadklep valt open: wat een heerlijke kamer. Er zijn twee douches: eentje binnen en eentje buiten (ommuurd zodat je neit in je blote boeddha voor iedereen te kijk staat -zo libertijns is Bali nu ook weer niet). De kuier is nog niet buiten zijn fooi aan het wegmoffelen of ik sta al deensedog-naakt te douchen: een heerlijk bevrijdend gevoel. Geen schroom, wel stoom. Daarna gaat het naar het zwembad. Overal liggen bloemetjes, sommige gewoon van de struiken en bomen gevallen, sommige lieflijk neergelegd aan nisjes, verlichting, Boeddha-beeldjes, in mooie compositie in grote potten, … En van sommige bloemen moet Iza ondanks protest foto’s maken. Het is relaxen met de grote X.

DSC_7348

Doesj

Jezus met de balsemblomme

Jamu Iza

Kalibaru, Java.

De tijd vliegt voorbij, we kunnen ons nauwelijks herinneren dat we pizza zaten te eten op Zaventem. Iza wil nu aan geen eten denken. Ze is wakker geworden met overgevoelige darmen. De krampen springen van darmplooi naar darmplooi. Is de Yogyamaaltijd haar slecht bevallen? Is het het vroeg opstaan van de laatste dagen wat haar nekt?

Aan het ontbijt valt het Peter & Cris meteen op dat Iza’s oogjes maar wat slapjes in hun kassen staan. Wanneer ze horen wat er aan het handje is, schieten ze meteen ter hulp. Iis, die de bediening verzorgt in het Javaanse huis, maakt zelf jamu, een Indonesische kruidendrank waarin ze plantenblaren verwerkt tegen buikkrampen. Iza doet er een half uur over om het groene smaakvolle drankje naar binnen te werken. De komende uren moeten beterschap brengen. Peter geeft ons cola mee (altijd interessant om je maag te helpen bij vreemd voedsel van misschien wel bedenkelijk alooi); Cris knuffelt ons een goeie reis en we verlaten de ontspannen, toch wel huiselijk-warme sfeer van het Javaanse huis.

Jamu Iza

Onze chauffeur brengt ons eerst naar de ferry. We verlaten vandaag niet alleen Kalibaru, we maken ook de oversteek naar Bali. De ferrytocht duurt een uurtje (we zetten ook onze klok een uurtje voor want op Bali is het een uur later, en dus 6 uur verschil met Belgie), daarna is het nog twee en een half uur rijden naar Lovina in Noord-Bali. We zien meteen het verschil met Java: overal staan Hindoeistische tempeltjes, overal liggen de offertjes op straat. Bali is hoofdzakelijk Hindoeistisch. We slaken een zucht van verlichting: we zullen alvast niet meer uit onze slaap gewekt worden door het luid gekeel van imams. We nemen onze intrek in hotel R in Lovina. De kamers liggen als bungalows in een mooie, dicht-begroeide tuin vol bloemen in vele kleuren.

Eten doen we in een restaurant aan het strand. Het zit er vol met buitenlandse gasten en binnenlandse katten. De katten op Indonesie zien er armtierig uit. Als Indonesiers al mager zijn, dan zijn hun katten vel over been. Sommige soorten hebben een korte staart, alsof ze tegen een hakbijl gelopen zijn. Terug op straat worden we aangesproken door een dozijn verkopers. Eentje achtervolgt ons, niet om ons iets te verkopen, hoor, gewoon om te praten. Na het praten (‘Belgie heeft toch 3 landstalen, he?’ en ‘Nederlands klinkt hard met chhhh, Vlaams is zachter toch?’) kopen we een klein juweeltje van hem.
Ik ga nog wat Internetten, Iza kruipt in bed. Als ik een ontdekkingsreiziger was, dan zou ik zeker Columbus geweest zijn, want van orientatie heb ik al evenveel cheddar gegeten. Eerst loop ik -met mijn hoofd nog in cyberspace- het verkeerde hotel binnen. Dan vind ik in het doolhof van paadjes onze bungalow niet meer terug. Net op het moment dat het zweet in meanders van mijn lijf begint te gutsen, zie ik het licht in de duisternis dat Iza aangelaten heeft.

De kamer is weelderig gevuld met muggen, dus neem ik een douche in muggenspray. Mij zullen ze niet hebben.