[ ‘tWijfinmij-week ] Deel 5: Kinderen (ii)

Omdat ik het niet kan laten.  Kinderen – bevalling – evolutie.

De natuur had ook een wijde kut kunnen maken.  Maar dat heeft ie niet gedaan. Dankuwel, lieve natuur.

(het YouTube fragment van Theo Maassen over de evolutie en de functie van fontanellen is helaas niet meer beschikbaar).

[ Deze post is geschreven naar aanleiding van de wijvenweek.  Ik probeer deze week ’t wijf in mij aan het woord te laten in mijn persoonlijke ’t Wijf In Mij Week, waarbij ik de dagthema’s volg van de wijvenweek. ]

[ ‘tWijfinmij-week ] Deel 5: Kinderen

Kinderen.  Kinderen.

Kleinmannen.  Ukkies.  Onvolwassen dwergen.  Oogappeltjes.  Menselijke parasieten.

Ik liet ooit iemand zeggen:

Copulatie hoeft niet noodzakelijk te leiden tot populatie.

Wat kan ik zeggen over kinderen; de meeste van mijn vrienden weten hoe ik over kinderen denk, omdat de gesprekken veel te vaak die richting uitgaan.  Kinderen zijn fantastisch (en ik ben blij dat ik godfather ben), maar nadat ik een ganse namiddag doldwaas met hen gespeeld heb, ben ik opgelucht als ik ze terug mag toevertrouwen aan de mama en de papa.

Ik zou nog veel meer kunnen schrijven, maar meer moet dat vandaag niet zijn.

(via)

[ Deze post is geschreven naar aanleiding van de wijvenweek.  Ik probeer deze week ’t wijf in mij aan het woord te laten in mijn persoonlijke ’t Wijf In Mij Week, waarbij ik de dagthema’s volg van de wijvenweek. ]

Kleine kinderen

Ha ja, een weekendje gevuld met kleine kinderen.  “Ha ja”, hoor ik menige net-niet-meer-kraakverse-maar-toch-ook-nog-niet-aftandse ouder zeggen.  Dat ik nu ook eens weet wat het is.

Ons nichtje is zaterdagavond komen blijven slapen.  En dat haar mama liever niet had dat ze ’s avonds te laat in bed zou zitten, want dat haar week-ritme (ze is net naar het eerste kleuterklasje gegaan) anders helemaal upside down zou gaan.  Maar wist ik veel dat het ukkie dan wel al om zes uur (voor de ijzerbijters, ’t kon ook half zeven geweest zijn) wakker zou zijn.  En goed opgevoed als ze is, niet zomaar uit haar bed zou komen, maar wel zou beginnen zingen en met een gezwinde “allez-allez” ons tot de dag zou vermanen?  En hebben alle kinderen last van een enthousiast ochtendgevoel?  En dat ik dat niet heb, zeker niet na een nachtje weinig slapen, “want je weet maar nooit”?

En hier zit ik nu, maandagavond en ik heb nog altijd een beetje last van jeej, ik ben zo moe.

En dat ik hiermee wel weet wat het is om kleinmannen te hebben.  Al was het maar for a day.