Buurkat

Lisa is onze kat.  Awel, eigenlijk… voor we 1230 Cat Focus aan onze rekker hebben, ’t is de poes van de buren, die hier heel vaak langs komt, en die we parttime geadopteerd hebben (papierwinkel is nog niet helemaal rond). 
We hebben het jaren kunnen uithouden met wat geaai en zacht bestiale schouderklopjes.  Maar een paar weken geleden heeft die van ons en van geen ander het in haar hoofd gehaald om tijdens haar kookstonde Lisa muizepiepkleine brokjes vis te geven.

Sindsdien is Lisa niet meer weg te slaan uit ons huis.  Ze vindt er vooral ook spinneschorem dat ze zonder morren voor ons uit de weg ruimt.  Wat op zich weer ruimte maakt voor meer geaai en meer geflok en gefleem.

Mi casa està su casa.  Maar ’t begint ver te gaan.  Ze palmt nu ook al onze zetel in.  De driezit van ons is meer dan comfortabel voor ons tweeën, tenzij ik naar een aflevering 24 zit te kijken, dan wil ik vooral languit floaten.  En nogal vaak komt Lisa zich tussen ons wringen. Ala! Mooi, maar ze drapeert haar lange harenvacht deels op mijn schoot en gooit haar vier poten vooruitgestrekt tegen Mijne Deerlijkheid, de Vrouwe.  Als een van ons dan opstaat, valt haar tijgerlijf op onze fauteuil als een uitgestrekte toendra op de Russische aardkorst.

Maar ik mag daar niets van zeggen, oh neen, of Fraulein de poezemoef stapt lichtelijk geïrriteerd de deur uit.  Haar opgedane energie verbruikt ze dan door in de tuin urenlang naar een andere kat te zitten kijken.

En ik, ik heb dat allemaal gezien en word er doodmoe van.