Dag van de dag

Vroeger had je naast de officiële feestdagen: moederdag en vaderdag.  Twee dagen.  Dat was fijn, je kocht een cadeau voor mama en je stak een draak van een kunstwerk in elkaar voor papa, want je kon niets betaalbaars verzinnen waarmee je hem kon plezieren. Twee dagen die je in je geheugen moest prenten naast de altijd weer vergeten verjaardagen van vrienden, familie, kennissen en te-vriend-houders (uit Pandora haar doos vol herinneringen: dat je ’s ochtends als laatste wakker werd en iedereen naar je keek of je je zus wel gelukkige-verjaardag wenste ook al was je nog bedolven onder het slaapzand).

Tekening: bloedend hart Je had ook Valentijnsdag, maar het stond en staat nog steeds winterskoel om die niet te vieren: ofwel heb je geen lief en die pseudo-anonieme "Ik zie je graag"-kaarten naar al je lekkere vriendinnen zijn pierezielig (ook al is dat een boost voor hun eigenwaarde, je zal hen met die opkikker nooit prinsheerlijk in bed krijgen).  Of je hebt wel een lief, maar waarom meedoen aan dat commericieel gedoe?  Het is alle dagen feest in de liefde (hou het kotsemmertje in de aanslag), maar een proper-pikant lingeriesetje mocht altijd.

En toen kwam grootouderdag en quasi terzelfdertijd secretaressendag en de lingerieboetieks bleven brokanten zaken doen.  Al moest voor de gelegenheid de collectie uitgebreid worden met grootmoedersloggi’s.

Maar nu hebben we wereldaidsdag, dag van de student, vrouwendag, orgasmedag, dag van de palliatieve zorg, dikketruienstijvetepelsdag, moedertaaldag, werelddierendag, sla-niet-op-de-vrouwdag, … zal ik doorgaan? Soms hebben de dagen last van claustrofobie en roepen ze zich uit tot heuse week.  Zo blijkt het nu week van de goeiedag te zijn (ik vernam het zelf via La Xaro).  Zeg goeiedag en verdien €25.  Waar staat dat gouden kalf?

Het doet me denken aan het veelgodendom.  De mensen hadden een god voor alles wat gebeurde maar wat ze niet begrepen.  Op den duur hadden ze zelfs een god voor flapperende kutscheetjes die wel grappig zijn, maar niet geiligmakend.  Toen vonden ze dat het te ver ging en namen ze één god.  Één God en God is Liefde.

Misschien moeten we hetzelfde doen met dagen.  Er zullen altijd dagen blijven die we niet goed begrijpen, dat we opstaan en denken: het is een dag om te blijven liggen; dat alles, écht alles, àlles tegengaat (je lief maakt het uit en is vervolgens de enige overlevende uit de brandende Gotthardtunnel onderweg naar het snowboardweekend waar jij nog voor betaald hebt).
Laten we al die dagen in één geloof proppen, het geloof in de Ene, de Ware Dag.  De Algoede, Alwetende, Almachtige Dag: de Dag van de Dag.

En tijdens het zevende uur (toen de ochtendspits in volle gang was), keek de Dag en zag dat het goed was.

 

(Gasten, laat die stokjes "wat wil jij nog vieren op een daarvoor speciaal ingerichte dag" mooi in hun schede zitten)