Kut(a)lawaai

Seminyak (Kuta), Bali.

Het is nu eigenlijk aftellen. We zullen nog twee keer in Bali slapen, een keer of veertig in het luchtruim tussen Denpasar en Zaventem en dan zijn we thuis. Maar voor die laatste overnachtingen in Bali wisselen we ons hotel in voor een ander, aan de andere kant van Kuta. Het is een klein halfuurtje rijden omdat het druk is. Kuta slaapt nooit, daar zorgen de vele, rumoerige Australiers wel voor. Als je al dacht dat Britse, Russische of Duitse toeristen lawaaibrakers zijn, laat mij jullie dan de Aussie introduceren (Perth ligt hier op drie uur vliegen vandaan) met pint in de hand (en nog twee handen vrij hebben om op eenieders schouder “Cheers, mate!” te slaan). Sommige Balinezen doen zo hun best om wat mee te lallen, anderen gniffelen verveeld of kijken de andere kant uit.
Op een kaartje in de hotelkamer vinden we richtlijnen hoe om te gaan met de verkopers op het strand:

  1. Zeg gewoon neen;
  2. als je niet wil dat ze je aanspreken, vermijd oogcontact;
  3. maar vooral, “don’t loose your cool”.

Ik probeer dezelfde richtlijnen voor de Australische decibelblazers.

Kuta is voor ons goed voor shopping. Niet het gezellige van Ubud, wel de grote shopping mall. We zijn een paar uur en elkaar kwijt als we alle winkeltjes willen aflopen of op zijn minst afstappen. Maar het is er fris. Op de bovenverdieping staat een Japanse familie geamuseerd voor zich uit te kijken. Het duurt even voor ik doorheb dat de kleine Oshi van de andere kant van de shopping mall terug naar zijn ouders komt gereden op de rug van een levensgrote, pluchen pony. Hij wordt begeleid door een Balinees die hiervoor waarschijnlijk opgeleid is, maar nu alweer doodverveeld aan zijn dagelijks glaasje arak denkt. Op de voorgrond klinkt het lawaai van overstemde speelautomaten die tegen elkaar opkrijsen als voetbalhooligans op speed. Het is een surreeel tafereel.

We laten ons per taxi naar het epicentrum van Kuta brengen, naar Poppies Restaurant. Het is er dineren aan tafeltjes op kleine eilandjes in een grote tuin. Binnen de muren van Poppies hoor je enkel het warme geroezemoes van gezelligheid en word je afgeschermd van het kabalistisch geweld van het ten top gedreven toerisme. Kuta doet me denken aan Playa de las Americas van vele Spaanse kuststeden. Wij, wij verbergen ons snel in een taxi naar het hotel.