Jantje De Boer en Ketutje De Muis

Lovina, Bali.

We moeten weer afscheid nemen, afscheid van het resort, afscheid van Lovina, waar we de voorbije drie nachten en tussenliggende dagen verbleven hebben. Het spannende, verkennende van de voorbije weken hebben we de laatste dagen ingeruild voor wat relaxatie en verwennerij. Maar vandaag verwelkomen we Wayan, onze Nederlands sprekende gids, voor deze dag. Na een misverstandje (wij verwachtten iemand anders) geraken we toch en route. Maar niet voordat Iza verliefd geposeerd heeft naast een "mooie Balinees".

Verliefd

We moeten vandaag in Ubud geraken, een kunstenaarsstadje in Midden-Bali. Maar we doen wel eerst een paar tussenstops. Wayan, die zichzelf achtereenvolgens "Boefje" en "Jantje De Boer" noemt (Jantje -> Wayan, De Boer -> zijn ouders zijn boeren), lult de trip aan elkaar. Het is ongelooflijk opmerkelijk wat voor een woordenschat Ons Boefje heeft. Hij draait zijn hand niet om voor uitdrukkingen als "Oost, west, thuis best", "Van hetzelfde laken een broek (Vlaams)" of "Van hetzelfde laken een pak (Nederlands)", "Wie een put graaft voor een ander…", "De aap komt uit de mouw…" en ga zo maar door. Het kost ons verschrikkelijk veel moeite om een uitdrukking te vinden die hij niet kent. Later vertelt deze vrijgezel ("Nog geen schatje gevonden die eerlijk is en niet verwaand") dat hij nog maar drie jaar Nederlands leert, maar dat hij wel elke dag in het woordenboek leest, en dus heel veel synoniemen kent. Het is de eerste Indonesier bij wie de communicatie zo vlot verloopt dat er gauw mopjes en plagerijen mogelijk zijn. Iza leert hem het woord ‘onnozelaar’, haar favoriete koosnaampje als ik eens niet de serieux van een Siberische dwangarbeider heb. Als je in de toekomst een Balinees tegenkomt die jou met een guitige lach "onnozelaar" noemt, dan weet je waar deze Abraham zijn mosterd vandaan gehaald heeft (nog een uitdrukking die Jantje kent)

Voor we stoppen in Monkey Forest krijgen we de les gespeld door meester Wayan (onze chauffeur heet Petoet en is de oom van Wayan): bij het voederen van de apen, de hand mooi uitsteken, de tanden niet laten zien en de hierarchie van de apen respecteren. Ik respecteer onze hierarchie en laat Iza voorgaan. We kopen een mandje bananen en nootjes en Iza begint aarzelend uit te delen. Ik geef ook een banaan, ben gewoon vriendelijk te lachen tegen Javanen en Balinezen, maar slik mijn tanden net op tijd weer in. Ik wil geen aanvaring met een troep apen! Gelukkig stoppen hier genoeg toeristen en zijn de apen loom gevreten door alles wat ze toegestopt worden. Iza moet op den duur zelf naar de apen toelopen. De pretentieuze genenverwanten!

Aapje eten geven Aapje nóg eten geven

Fotogeniek aapje

We vertrekken met de noorderzon (Wayan blijft zorgen voor zegswijzen) en rijden naar het Bratanmeer en Ulun Dalu, een mooie Hindoetempel die op het water lijkt te drijven. Het weer is bewolkt, maar het lijkt me dat het hier altijd zo is, want ik heb nog geen enkele foto of postkaart van deze tempel gezien waar er geen mist of bewolking op staat. "Rotweer" noemt Jantje het. Hij heeft oog voor detail en toont ons de rode kont van de stenen leeuw.

Statieportret met Wayan

Drijvende tempels Wizayan wandelen

Detail uit tempel

Detail uit tempel Floating temple

Wayan heeft weer een mopje verteld Bomengalerij

Konten

Hup de auto in. Mijnheer De Boer leert ons dat op Bali niemand een familie heeft en dat je voornaam je gegeven wordt afhankelijk van het hoeveelste kind je bent. Ik ben vergeten op welke plaats "Wayan" staat. Na het bezoek aan een lokale markt, waar we doortsjezen als Chinezen (we hebben al een aantal lokale marktjes gezien en weten dus wel welke toeristenprutsen er verkocht worden), wil ons Boefje ons naar het hotel brengen. Maar hij weet het niet zijn. Hij kent het hotel ook niet. Dus wordt er gebeld en wat rondgevraagd. Maar het kost hem moeite om toe te geven dat noch hij noch de chauffeur het weten zijn. Het grappige aan Indonesiers is dat ze op een vraag zowel "ja" als "neen" antwoorden, afhankelijk van wat ze denken dat jij wil horen. Niet zoals de Nederlanders die overal (zelfs op bevestigende zinnen) noujaneeneejaneeja tussengooien. Vraag aan een Indonesier of het hier naar links is en hij zegt ‘ja’. Vraag op hetzelfde kruispunt of het naar rechts is en hij zegt ook ‘ja’.

Wordt het morgen mooi weer?
Natuuuuuuurlijk!!!!! (ook al regent het al dagen met bakken uit de lucht en is de hemel zwanger van onmaagdelijk zwarte regenwolken).

Er worden rondedansen gehouden in mijn maag, van het vele draaien in de bochten, het ontbreken van voedselinname (aka lunch) en het ternauwernood ontwijken van tegenliggers. Het is hier geen sinecure om op de uiterst smalle wegen te rijden. Bovendien is alleen de rijweg geasfalteerd. Daarnaast is het aarde en vaak ligt dat 10 a 20 cm dieper. Raak je van de weg, dan ben je goed gejost. Zover komt het niet en nog voor we het spuwbakje moeten bovenhalen rijd

en we op de parking van het hotel.

Alweer een mooi hotel en alweer anders dan de rest. Het hotel is tegen een heuvel gebouwd en alle (10) kamers liggen in terrasvorm en kijken uit op prachtige rijstterrassen. In de diepte van makkelijk 25 meter (ik ben zeer slecht in schatten, het kan gerust een klein appartementsgebouw dieper zijn) staan palmbomen waarvan de kruin vlak voor ons terras ligt. Magnifiek. Dit hotel is een toevluchtsoord voor yogamensen (je weet wel die typen die altijd volledig in het wit gekleed lopen: loszittende WITTE linnen broek en strak WIT T-shirt) en voor massagewellustelingen. Aangezien ik geen jota ken van yoga (mijn garderobe zou mij misschien wel een zetje kunnen geven), zullen we hier vooral genieten van massages, en dat de komende vier dagen.

Kamer

En we beginnen er meteen aan. Iza en ik verdelen het massagepersoneel. Katur geeft mij een papieren pennenzakske met gaten waarin ik mijn pen en inktpatronen mag steken zodat ik niet helemaal bloot lig. Ze loopt geruisloos als een muis met sokken aan. Als ze praat dan geraken haar geluidsgolven 20 cm ver. Maar wanneer ze haar duimen in de vet- en spierterrassen van mijn lijf zet denk ik "WA IS DA?" Wat John Massis met zijn tanden kon voorttrekken, dat duwt zij met haar vingertoppen weg. Nu en dannekes doet het pijn, maar ze duwt de pijn weg. Als ik haar achteraf -door de hand Gods geslagen- complimenteer bij een kopje gemberthee, dan fluistert ze een nauwelijks hoorbaar ‘Thankyou’ en muist ze er vanonder op haar fluwelen voetjes.