Hoe Danny aan zijn kieuwen kwam

Hij had een onderonsje met de Intergalactici. Dat had hij wel vaker, deze tijd van het jaar. “Zijn jullie van Mars?” had hij hen de eerste keer gevraagd. Zij hadden met hun kieuwen geflapperd, wat non-verbale intergalacto communicatie was voor stevig uitlachen. “Neen, Danny, iedereen weet onderhand wat met de Martianen gebeurd is!” zei de ene intergalacticien, onderwijl een stevige, zwavelloze scheet latend, waarop de anderen met ontzag verstilden tot wanneer hij de kieuwen flapperde en het ijs gebroken was. Ze keken naar hun voeten: de kleine wijzer stond al tussen de tweede en derde teen, meer dan tijd om te vertrekken. Er zat een fuite in de opstraalpomp, dus moesten ze het hele eind naar boven surfen op eigen kracht. Met de nachtelijke thermiek kon dat nog wel even duren, maar ze zouden terugkomen. Ze beloofden zelfs chocolade croissants van Bundervoet mee te brengen, als Danny maar een kop hete motorolie zou klaarmaken; een bakkie troost als je zo ver van huis bent.

In de weken die daarop volgden, bestelde Danny zoveel gebruikte motorolie (persoonlijke voorkeur van de Opper Intergalacticus) dat hij de argwaan van de dioxinecommissie opwekte. Maar dat had hij ervoor over. Hij zou immers het verhaal van de ondergang der laatste Martianen te horen krijgen. Maar de intergalactici toonden de achterzijde van hun tong, niet toevallig hun minst communicatieve kant. Er werden sloten motorolie aangevoerd tot wanneer de toedracht eindelijk tot Danny en de boor in zijn kleine hersenen doordrong. Hij flapperde met zijn kieuwen en liet een zwavelloze scheet, toen hij met een herstelde straal ten hemel steeg.