Schraplaf

Doel: stijloefening.

Een vriend bracht mij enkele dagen geleden in herinnering dat ik een barokke taal heb. Daar is op zich niets mis mee, aldus deze vriend; integendeel, je zou zelfs een personage zo kunnen laten spreken.
Dankjewel daarvoor, maar neen dankjewel.

Het wil net lukken dat ik hou van een frisse, bondige taal waarin geen woord teveel gebruikt is, maar die toch snijdt als een samuraizwaard door zijde. Voor mij vergt dat oefening en een stalen discipline, die ik, sinds het leren aanspannen van mijn sluitspier, niet meer gekend heb. Het resultaat was er dan ook naar: vloeibare woordendiarree.

In mijn zoektocht naar de oorzaken van deze ongebreidelde letterij, kwam ik persoonskenmerken tegen als: dramadregger, luiheid en hersen-insufficiƫntie. Soms heb ik problemen om op woorden te komen. Dat mag u verbazen want ik overcompenseer dit met associatieve aanplaktaal in de vorm van vaak overdreven (dramatische) adjectieven. Mijn luiheid zorgt er dan weer voor dat ik nauwelijks herlees en wanneer ik dit toch doe, blijkt hoe schraplaf ik wel niet ben.

Tot zover deze stijloefening. Aan u de eer om te beslissen of dit nog steeds zo barococo klinkt en u mag gerust het woord ‘schraplaf’ voordragen als Leukste Woord van 2009. Mijn ijdelheid vraagt om daarbij mijn naam te vermelden.