Vanfleteren en exposure

Stefan Vanfleteren exposeert 20 jaar carrière in het oude Gentse Wintercircus.  Over zijn werk zegt hij dat hij wel houdt van “een rimpel en van wat verval”.

Terwijl Vanfleteren zijn expositie voorbereidde heb ik tijdens mijn voorbije vakantie foto’s genomen met de gsm. Mijn levensgezellige gedachtentolk had op voorhand gezegd dat ik maar beter niet den grooten appareil moest meenemen voor een vakantie die gevuld zou zijn met relaxatie, ontspanning, nietsdoenerij en een geutje werkverlakkerij.  Kiekjes als “Jim aan het ontbijt”, “Jim aan het tot de rand gevulde zwembad” en “Jim in het half leeggelopen zwembad” zijn perfect te knippen met een <productplacement>Sony camera’tje ter grootte van een bankkaart</productplacement>, of met de gsm-camera.

Wil je stiekeme foto’s maken?  Dat kan.  Dat kan met die camera in je gsm.  Het kan, maar het mag niet of je bent een seksjuweel gestoord frustroloeder. Dus neem ik zeker geen foto’s als een stringbikini en haar vrouwelijke inhoud op drie schaamharen afstand van mij komt kontzwaaien; terwijl de zwembadspatten als minuscule skiërs van de naakte glooiing glijden en vervolgens als dauwdruppels dansen van haar billenhindehuid op mijn ellebogenolifantenvel.  En evenmin hou ik het vogeltje in de aanslag als zo’n schoonheid zich in de stoel voor mij, mét pincet, stilkeels (maar dat doet toch pijn?) en wijdbeens komt epileren.  Exposure?  Neen.  Op dat moment gebruik ik de gsm om het thuisfront (wordt daar eigenlijk nog gevochten?) te laten weten dat het hier toch wel chaleureus is.  Want zo ben ik dan weer wel. 

Echte fotografen kijken natuurlijk helemaal de andere kant op, naar het verval van de dikbehaarde bikinilijnen en rimpelige sinaasappelbillen. Want die zijn er ook.

J’aime, j’aime Durbuy

Voor wie op deze post terecht gekomen voor Rob Vanoudenhoven voor zijn versie van J’aime, j’aime la vie, dit is wat jullie zoeken. Klikken, kijken en oprotten of ergens anders gaan googlen.

We gaan op weekend.  En jij, snoodgeaarde medemens onder de lezers mijner blog, voor je probeert om ondertussen mijn in- en uitboedel te komen pikkedieven, ik laat mijn huis niet onbewaakt achter.  De slotgracht is nog eens uitgebaggerd, het alarm staat op scherp, de honden hebben niet meer gegeten sinds de kinderen zjin komen driekoningen, Google satellieten werden afgehuurd, maar vooral twuuf en haar deegrol blijven thuis.

durbuy We, dat zijn het groepje toneelingen die in mei weer een meesterwerk zullen maken, ontstaan vanuit het niets.  Dat niets, dat is er nu nog, en na onze hoogtestageweekend verworden tot een serieus ‘iets’.  Ik ga er nog niet veel over vertellen, omdat… er ook nog niet veel over te vertellen is.

We gaan dus een weekend lang theateren, dansen, improviseren, zingen, muziek maken, verven en creatief wezen.  Dat zet ik er bij for the record.  Want voor de rest neem ik dit mee:

  • fotocamera’s
  • videocamera
  • laptop
  • wireless router (you never know)
  • kabels, meters kabels (voor de wireless) en verlengkabels
  • iPhone (never leave home without it)
  • boxen
  • kaoscillator (om van woowoo en wawa te doen)

Er zal dus sowieso niet veel meer van waarde overblijven in mijn kot.  (Behalve dan mylady)

De aap en Kristofke

PDC en IT seminaries in het algemeen strooien altijd met gadgets.  Met de T-shirts die ik ondertussen thuis liggen heb kan ik een wasstraat auto’s simoniseren.

Sommige gadgets willen grappig zijn.  En Kristofke wil nog grappiger zijn tijdens de dode momenten van een PDC sessie.  Met mijn excuses voor de slechte kwaliteit, maar het was donker in de zaal, iel donker.  Zo donker dat ik liever één stoel verder wou gaan zitten.  Maar het geluid maakt wat goed.

The Standard

In 2005, toen ik de eerste keer naar de PDC kwam (Kristof is ondertussen aan zijn 3e editie toe), wilden we al iets gaan drinken in de Roof Bar van The Standard hotel (er bestaat zelfs een wiki-pagina van).  Het is hip, heeft een aantal celebrities als investeerders (el DiCaprio, la Diaz en el del Toro), maar ik vermoed dat we hen niet snel zullen aantreffen in de Downtown LA-vestiging (want er zijn er meerdere).

Kristofke wordt bediend

Zoals reeds gezegd: we wilden vorige keer al gaan, maar het was er eerst niet van gekomen, en daarna konden we zelfs niet binnen.  Dit keer zouden we, moesten we, gingen we.  Dachten we.
We namen de ingang van het hotel, nergens een aanduiding, dan maar de lift in naar de hoogste verdieping: gangen kamers, dat wel.  Een vluchttrap naar boven, deur op.  Direct tegengehouden door een security gast met de lyrische volzin: “Y’need a wristband.”  Deur dicht.  3 volle seconden hebben we een blik gehad op het lounge terras.  De volgende 3 seconden kijken Kristof en ik elkaar aan.  Weer naar beneden, doelloos in de lobby rondhangen, naar buiten, andere security vent gevraagd: aha, er was een private party tot 22u.  Huphup chop chop, weg.  Dan maar naar de Suede bar, de lounge bar van het Bonaventurehotel waar Kristofke zich liet bedienen:

Na tien uur gaan we terug, zelfde lift, zelfde gang, zelfde dakdeur, zelfde security guy, zelfde boodschap: Y’need a wristband.  Dit keer moesten we naar de receptie, van de receptie de rij die buiten stond aan te schuiven waar je id werd gecheckt. Don’t mess with the guy, nor with the guy next to the guy.  Maar dit keer werden we toegelaten.

Eenhoorn in The StandardKristofke voelt dat het nat is in de cocons van The StandardThe Standard zal wel leuk zijn, denk ik, als je er met een groepje uitgelaten poppen naartoe gaat, maar het was er zeer rustig.  Kristofke voelde dat de coconstoelen nat waren (en ik vond het iets té cozy om zo’n besloten ruimte te delen met Beddyteerken), dus gingen we zitten bij de Eenhoorn (“De eekhoorn?” – “Neen, de eekhoorn, Kristofke).  Cocktails en andere drankjes zijn er duur en niet goedkoop, maar je krijgt een leuk uitzicht van op het dak.