Principieel tegen principes

Ik heb met insecten wat een atheist met ziekenhuis-aalmoezeniers heeft: ze zullen ongetwijfeld hun nut hebben, maar als ze op mijn bed komen zitten, sla ik ze dood. Geen principe, gewoon een feitelijke oorzaak-gevolg-vaststelling.

Bij het tellen van de jaarringen om mijn buik bedacht ik me dat ik het niet meer heb met principes. “De Echte Liefde”. Pff, wat zou het? Maar “de echte liefde bestaat niet”, heb ik ook al afgezworen. Ik ben een relativiteitschijter geworden. Is dat zo? Een nihilistisch zeurderig truffelzwijn dat dan wel schone poen heeft opgebracht voor zijn heren, maar daarbij vergeten is dat het op zijn minst aan de luxe gelikt heeft?! Ik zet mijn hoef krachtdadig neer, zo wil ik niet worden. Ik wil weer opgaan in “a cause”, in verbeten standpunten, in ja’s en nee’s, wars van misschiens en maars.

U, wereld, weze gewaarschuwd.

Zeebedenkingen

Noot aan mezelf opdat ik het volgende keer niet zou vergeten als ik nog eens eendagjetoerist aan zee:

  • 1x insmeren met factor 50 is niet zo doeltreffend als 5x met factor 10;
  • na 1u in de branding te lopen met de zon in de rug, loop je best 1u terug alvorens thee&taart te eten. Anders heb je op het einde van de dag negerkuiten en albinoschenen;
  • teennagels knippen voor het vertrek is een succes, tenzij je zand wil scheppen om thuis een eigen strand aan te leggen;
  • de zeelucht opsnuiven kán ook met de mond dicht; tenzij je wespen (nee?! ja!! echt ofwa? bajaat, ook aan zee een plaag!!) wil happen of andere dingen die meeuwen en andere toeristen achterlaten;
  • golfbrekers breken niet alleen de golven maar ook je poten; en die paaltjes daarbovenop staan net ver genoeg van elkaar zodat jij er tussen kan, maar je rugzak niet meer; wachten tot je bevrijd wordt bij opkomend tij in deze crisistijden brengt het water tot aan je lippen; je kan ondertussen wel mosselen krabben;
  • ook de golfbrekers zijn in trek bij onze moslimzuster en -broeder; of was de mosselman gewoon verkleed als musulman?

Memory lane is een sens unique

Ge zijt precies veranderd, zegt ze. Niet meer zo wereldvreemd, niet meer de twijfelaar van toen.

Ik was verliefd op u, denk ik, en dat doet iets met een mens. De inval in Irak, het doodknuppelen van zeehondjes en het kloploze hart van Boudewijn deden mij minder dan een woordenzucht die van je lippen viel.

Toen.

Dat leven dat even vast stond in een frame van “de rest mag allemaal mijn zak opblazen” rolde verder. Frames volgden tot een stopmotion van meer dan tien jaar.

Ik geloof niet dat iemand echt verandert, zeg ik nog. Hier en daar een effect van fade in/fade out of blur of overcompensatie, misschien.

’s Avonds kijk ik naar een stukje Jambers van 20 jaar geleden over mensen die uit een coma geraakt zijn en proberen revalideren van zware hersenschade. Zij zijn veranderd.

Leefde ik in een coma?