Zo van die dingesdagen

En van dat opstaan met een nek die geen nee meer wil schudden. Dat ik dat niet positief vond, ook al niet omdat dat dagen bleef aanslepen.

Het is te zeggen tot ge naar de dokter gaat om drie en een half uur uitzichtloos op een versgeschilderde muur te zitten kijken, wachten op een verdict. En dat dat dan toch niet zo slecht blijkt te zijn. Dat verdict, niet dat wachten. Want dat wachten daar wordt een mens pas ziek van. In de kop maar ook van de bacteries die aan de boekskes in de wachtzaal blijven plakken. Of van de boekskes aan de metalen banken die al niet zo lekker zitten, maar zeker niet als de buurvrouw (die viraal dichtbij zit) zenuwachtig wipt omdat zij natuurlijk ook aan bacteries denkt. Niet die van haar als ze dat boekske pakt, maar wel die van u, gij daar aan de hoestende kant van het tafeltje.

En naar het toilet moeten gaan, maar niet willen, want is de buikgriep niet in ’t land?

Maar dat er toch schot in de zaak komt tijdens het aftellen naar uw beurt. Dan toch. En verlost zijn als ge moogt binnengaan, da’s zeker dat. En dan gerust gesteld worden want ge moet geen pillen pakken, of maar een kleintje. Neen, een halfke. Alleen maar om ontspannen te gaan slapen. Maar het de eerste avond nog eens zonder proberen.

En toch morgen naar het ziekenhuis moeten omdat uw grootmoeder weer binnen moet.

Sport sputtert

Ik ben niet goed bezig. ’t Is te zeggen, ik ben bezig, wat op zich al goed is, maar ik ben niet goed bezig.

Sinds ik Jimability (linkliefde-linkliefde) begonnen ben, zijn er een paar dingen verwaterd. Een daarvan is de regelmaat van het bloggen, maar dit heb ik bij deze weer opgenomen.

Bewegen zegt mijn acupunctuurdokter. Ik zou teveel suikers opnemen die als een zottekesbende naar mijn spieren racen, maar mijn spieren laten ze er niet in. Porte fermée want ik doe er niets mee. Ik mag dan al 24 keer per dag de trap op en af lopen, het is niet genoeg.  Daardoor zou ik ineens ook last krijgen van mijn kortetermijngeheugen. Maar best, want da’s nu net de reden waarom ik 24 keer per dag de trap op en af loop. Waarom vertel ik dat nu?

Een vriend van mijn vriendin gooide al zijn goeie wil op een hoop en stelde een programma samen van oefeningen. Ik heb het drie dagen volgehouden (waarvan de tweede dag een rustdag was). Daarna ging het moeilijk, want ik was wat ziek, had geen fut, had een steen in mijn maag. Les excuses…

Maar ik ga mij herpakken. En laten herbakken. In Eeklo.

Blauwe bollen

Er zijn 3 soorten massages:

  • massages die deugd doen;
  • massages die een beetje pijn doen en later deugd doen
  • massages die aanvoelen alsof een kudde steenbuffels over je lijf lopen op zoek naar 4 druppels water en die dagen later aanvoelen alsof een kudde steenbuffels over je lijf lopen op zoek naar 4 druppels water.

Zaterdag had ik de eerste soort; vandaag de derde. “Back treatment” noemen ze dat. Het massagemens had gezien dat mijn kop scheef op mijn lijf staat en daarom had ze strikt aanbevolen om zo’n behandeling te volgen of ik zou de rest van mijn leven pijnen en kwalen te verduren krijgen dat ik zou smeken om te mogen verdwijnen in een aardscheur (met kolkende lava). Het waren niet haar exacte woorden, maar het kwam erop neer.

Omdat ik geen fervent liefhebber ben van aardscheuren en lavakolkjes, liet ik me overtuigen. Had ik geweten welke middeleeuwse foltertuigen en -praktijken zij zou gebruiken, dan… dan had ik mij gewoon laten overtuigen dat die middeleeuwse toestanden het ideale middel zijn: ik ben namelijk vatbaar voor middeleeuwse rede.

Nadat de massagebomma een knieëndans op mijn ruggengraat gedaan had (in het locale dialect beter bekend als krakkrak), zette ze 2 luchtpompen op mijn rug en nek. Die vacuümpompen doen mij steeds denken aan de dagelijkse stroom mails die ik in mijn mailbox krijg, getiteld “Ennlardge yur p€n|$” of “Wanttoo make yo gilfriend heppy”, maar ik lag op mijn rug, dus ik zou mijn girlfriend deze avond niet per se extatisch happy maken.

Mijn gedachte was nog niet halfvast of ik bevroor.

Pijn. On. Ge. Loof. Lijk. E. Pijn. Ik wou het mens in zo’n pomp stampen en vacuüm zuigen, maar ze had maar twee pompen en die zogen mijn 25 vierkante km huid naar binnen. Daarna trok ze mij op aan mijn huidplooien. As if! Ik wachtte op de vleeshaak die mij zou optrekken, maar ik moest mij op eigen kracht omdraaien.

Ik draai mij om en ze zucht. Zij. Zucht? Het is blijkbaar nog slechter met mij gesteld dan ze dacht: niet alleen mijne kop staat scheef, mijn linkerborst zegt blijkbaar foert tegen mijn ander. Dus is het weer schudden, trekken, sleuren, kloppen, stampen, duwen, optrekken, boenken en een beetje kloppen.

Na 50 minuten heeft ze gedaan met boetseren, nu nog wat adem inblazen en deze golem kan op pad.

Maar wat blijkt: mijn rug en nek staan vol (V O L) met ronde blauwe plekken. Ik ben precies de vlag van een voetbalploeg: rood met blauwe bollen. Eastside!!!

Foto’tje? Niet voor gevoelige kijkers.

Wassen met stigmata

Dat ze tegen Jezus gezegd hebben toen ze hem van het kruis haalden: “Jongeheer, uw handen gaan we niet wassen want het water gaat toch door die gaten lopen”, daar wil ik nog inkomen. Maar tegen mij moeten ze dat niet zeggen. Ik hou van propere handjes.

En om de rest van mijn lijf te wassen, gaf de dokter mij gisteren latex handschoenen mee, want De Wonde mag absoluut niet nat worden. Ik heb het geprobeerd en dit zijn mijn conclusies:

  • Je wassen met 1 handschoen voelt aan zoals ‘the sound of one hand clapping’ klinkt; of als de rozijn van mindfulness die dwars door je hand valt (tot zover mijn spirituele ik);
  • Handschoenen, maatje L, zijn veel te klein om aan te trekken: je moet je middenhandsbeentjes samenpersen tot een kippenboutje waardoor elke handzenuw ‘klootzak’ roept;
  • De tube douchegel is niet open te krijgen met 1 hand; gecombineerd met de juiste voethandeling lukt het net, al drupt het leeuwedeel dan wel van je kruis;
  • Kreupel zijn aan een hand, het is echt niets voor mij, ook al inspireert de handschoen tot spannende spelletjes (zoals golf).

Stigmata

De toeschouwers van LorcAct werden deze avond met veel animo verrast op een bloederig spektakel.  Tijdens één van de scènes liet ik mezelf helemaal gaan en steunde ik tegen de muur om zo mijn rennende vaart te breken.  Ik voelde daarbij een roestige nagel door mijn hand gaan.  De nagel schampte af tegen een van mijn metacarpalia (ofte middenhandsbeentjes, ofte die botjes in je hand onder de vingerkootjes). Maar we speelden door, ook al drupte ik centiliters bloed.  Drup-drup.

Na de voorstelling ben ik onmiddellijk naar spoed gereden.  Het verplegend personeel kon daar niet lachen met mijn opmerking dat ik stigmata aan het krijgen was, toepasselijk voor het Pinksterweekend -dacht ik.  Dus verdronken ze eerst mijn hand in roze ontsmettingsvloeistof (wat een janettificering van het ontsmettingsmiddel: vroeger hadden we roodsel, nu is het roossel).  Daarna kreeg mijn hand een keiharde verdovingsspuit (waarom kunnen ze mij niet eerst verdoven alvorens een verdovingsspuit te geven).  En dan werd ik genaaid… met 1 steek.

Ondertussen is mijn hand weer wakker geworden en doet het fokkeveel zeer (mijn vurig hand zegt ‘bonke-bonke’).  Ik mag mijn hand 6 dagen niet wassen (zo lang hield ik het zelfs niet vol nadat ik Mayte’s billen gevoeld had).  Ik heb latex handschoentjes meegekregen (interessant mocht Mayte nog eens langskomen), een doos bollen (antibiotica) en ze hebben mijn hand afgeplakt met gaas dat er volgens mij pas afkomt in kokend water.  Mijn hand ziet er nu zo uit:

stigmata