Compassie

Ik kan het horen. Je haalt het uit haar stem: de vraag of ze het me wel zou zeggen. Niet omdat ik slecht zou reageren, maar omdat ze me er niet wil mee bezwaren.

Welke boodschap is zo ernstig dat je er de slaap voor laat? Hoe dicht moet de pijn komen alvorens je ze zelf voelt?

Lange tijd koesterde ik het kinderlijke vertrouwen dat alles ooit goed zou komen. Als je maar lang genoeg zoekt, dan is er wel een dokter (klassiek of alternatief) voor elk probleem. Het liet me toe om gelukkig te zijn, zonder onverschillig te worden. Ik luisterde en begreep, daalde af in de put waarin ze zaten om er dan weer uit kruipen (liefst samen met hen).
De laatste jaren vertoont dat naïeve vertrouwen ouderdomsverschijnselen. Ik ben andere betekenissen moeten gaan zoeken voor ‘het komt wel goed’.

Ik geloof niet in medeleven, in mee-voelen. Niet dat het niet mogelijk is, wel dat het niet zinvol is. Wat heeft de ander eraan dat ik zijn pijn overneem? Uiteindelijk willen we oplossingen, of willen we ons verhaal kwijt, vragen we alleen wat begrip. Toch?

Is die overtuiging de concretisering van ‘in het nu leven’? Het eten van 1 rozijn? Het luisteren naar het klappen van 1 hand?

Als je wil vinden zonder te zoeken, moet je ook voelen zonder te tasten.

De-ex-ex-frienden

Wij, Rammen, geloven niet in astrologie. Wij relativeren en relativeren, al moet dat met een korrel zout genomen worden. Wij staan krachtdadig en onveranderd achter wat we zeggen, en komen daar nooit op terug.

Mensen zijn van oorsprong dom, maar als ze mij zeggen dat “ik geluk heb dat ik van mijn job mijn beroep heb kunnen maken”, dan ben ik aschrant als ik hen daar gelijkzijdig en -hoekig mee uitlach.

Het verleden is voor mij als de drol die je darmzieke puppy op straat achtergelaten heeft. Daar wil je zo snel mogelijk van weg lopen. Doen alsof je niets gezien hebt. Maar als je de rotzooi niet opkuist, loop je ooit zonder het te beseffen dezelfde straat in, en glij je uit om smalend stront te snuiven. Misschien, heel misschien zijn er uit de mest eetbare bloemen gegroeid, maar er blijft een geurtje, een zweem van herinnering hangen.

Dát, dat was mijn overtuiging. Ik weet het niet meer. Ik ben het afgelopen jaar een aantal ex-lieven en ex-vrienden tegengekomen en dat contact liep lekker, en ineens ligt mijn principe over het verleden onder vuur. Hoe verloopt de mathematiek van “ex”? Ex-ex-vriend wordt vriend? Of kennis? En kan je die dan weer de-frienden als het toch niet zo huppelleuk blijkt te worden? Ik steven af op een prefix-coma.

Het is op dit moment makkelijker te geloven dat het in de sterren stond geschreven dat ik deze mensen moest her-ontmoeten. De achterliggende betekenis van dit alles zal ik wel van mijn tarotdame te horen krijgen.

Principieel tegen principes

Ik heb met insecten wat een atheist met ziekenhuis-aalmoezeniers heeft: ze zullen ongetwijfeld hun nut hebben, maar als ze op mijn bed komen zitten, sla ik ze dood. Geen principe, gewoon een feitelijke oorzaak-gevolg-vaststelling.

Bij het tellen van de jaarringen om mijn buik bedacht ik me dat ik het niet meer heb met principes. “De Echte Liefde”. Pff, wat zou het? Maar “de echte liefde bestaat niet”, heb ik ook al afgezworen. Ik ben een relativiteitschijter geworden. Is dat zo? Een nihilistisch zeurderig truffelzwijn dat dan wel schone poen heeft opgebracht voor zijn heren, maar daarbij vergeten is dat het op zijn minst aan de luxe gelikt heeft?! Ik zet mijn hoef krachtdadig neer, zo wil ik niet worden. Ik wil weer opgaan in “a cause”, in verbeten standpunten, in ja’s en nee’s, wars van misschiens en maars.

U, wereld, weze gewaarschuwd.

Jaap Kruithof is niet meer

Gisteren berichtte de Standaard dat Jaap Kruithof overleden is op 79 jaar.

Ik heb nog les gehad van hem in mijn eerste jaar filosofie. We waren een handjevol would-ever-be filosofen te midden van een mierennest rechtenstudenten voor wie Kruithof allesbehalve mals was. Ik moest er ook aan wennen dat hij hen provoceerde om hen tot denken te verplichten.

In hetzelfde jaar had je als wijsgerige student ook les van dat andere icoon: Etienne Vermeersch, die qua gedachtengoed vaak lijnrecht tegen Kruithof stond. Ook hun zijn was anders: Vermeersch was analytisch, Kruithof lyrisch; Vermeersch rechtlijnig, Kruithof poëtisch; Vermeersch twijfelde nooit, Kruithof gaf de twijfel het voordeel; Vermeersch stelde de mens centraal, Kruithof de natuur; Vermeersch was strak, Kruithof speels; beiden waren van hun geloof gevallen, Vermeersch was atheist, Kruithof agnost; Vermeersch gaf mij les, Kruithof inspireerde.

Twee anecdotes die mij bijblijven na een examen bij elk van deze heren: Vermeersch liet mij 5 minuten praten waarbij ik de categorisatiestructuur van het begrip Cultuur afdreunde terwijl zijn kreeft als lunch werd binnengebracht.
Kruithof trok een sippe lip toen ik op mijn schriftelijk examen geen bloemetjes getekend had en was uitermate verrast toen ik dat met een overtuigd, kinderlijk enthousiasme alsnog deed.

Het zijn beiden grootse filosofen, maar toen ik in het archief een interview/artikel van twee jaar geleden las, herkende ik meteen de stem van Kruithof en kon ik verfrist door zijn woorden de warmte van zijn zingeving opnieuw beleven.