Geven

Ik krijg een brief van Unicef. Of ik geld wil storten voor de Hoorn van Afrika.
Ik krijg deze middag op het nieuws te horen dat er veel voedsel in de havens lig te wachten, maar dat het blijft liggen omdat rebellen het daar houden.

Ik denk wat baat het als de hulpgoederen ginds verloren gaan of tegengehouden worden?
Ik verdring de gedachte hoeveel verdwijnt er van mijn potentiële bijdrage in de zakken van…?

Ik heb nu echt het geld niet… Maar wel genoeg geld om geen honger te hebben.
Ik weet dat er nauwelijks iemand na het lezen van deze post geneigd zal zijn om ook te storten op 0000000012-12.

En daarom stort ik méér dan 40 euro, zodat het fiscaal aftrekbaar wordt en u, belastingbetaler, zonder het te willen ook meebetaalt. En daar hoeft u mij niet voor te bedanken. Graag gedaan.

Nog ne keer

20110720-022950.jpgGe weet het niet meer. Ge doet het niet meer. Ge doet het niet meer want ge weet niets meer. Niets meer kond te maken. Toch niets dat de moeite loont om het te laten lezen. Door een ander. Of te herlezen. Door uzelve.

Dus wacht ge een beetse. Ge bijt door wat zure appels van “zou het beteren?” en “is dat het inspiratieputje dat zo stinkt? Ah vaneigens, het staat droog”. En ge wacht nog een beetse.

Ge troost u met gedachtes dat het er via andere kanalen uitkomt. En dat ge dus wel minder behoefte hebt om het op geschreven manier te laten vloeien. Die creativiteit. Dat “vooruit met de geit”.

En ge probeert het toch nog eens. Ge schrijft. En ge denkt direct: zou iemand er iets van begrijpen?