Zo van die dingesdagen

En van dat opstaan met een nek die geen nee meer wil schudden. Dat ik dat niet positief vond, ook al niet omdat dat dagen bleef aanslepen.

Het is te zeggen tot ge naar de dokter gaat om drie en een half uur uitzichtloos op een versgeschilderde muur te zitten kijken, wachten op een verdict. En dat dat dan toch niet zo slecht blijkt te zijn. Dat verdict, niet dat wachten. Want dat wachten daar wordt een mens pas ziek van. In de kop maar ook van de bacteries die aan de boekskes in de wachtzaal blijven plakken. Of van de boekskes aan de metalen banken die al niet zo lekker zitten, maar zeker niet als de buurvrouw (die viraal dichtbij zit) zenuwachtig wipt omdat zij natuurlijk ook aan bacteries denkt. Niet die van haar als ze dat boekske pakt, maar wel die van u, gij daar aan de hoestende kant van het tafeltje.

En naar het toilet moeten gaan, maar niet willen, want is de buikgriep niet in ’t land?

Maar dat er toch schot in de zaak komt tijdens het aftellen naar uw beurt. Dan toch. En verlost zijn als ge moogt binnengaan, da’s zeker dat. En dan gerust gesteld worden want ge moet geen pillen pakken, of maar een kleintje. Neen, een halfke. Alleen maar om ontspannen te gaan slapen. Maar het de eerste avond nog eens zonder proberen.

En toch morgen naar het ziekenhuis moeten omdat uw grootmoeder weer binnen moet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *