Bibgedrag

Het valt me elke keer weer op hoe ‘mooi’ de Openbare Bibliotheek-mensen praten. Mooi en zacht. Omfloerst, als de volle maan bij lichte bewolking. Naar het schijnt word je sneller zwanger bij dergelijke maan, en misschien ook wel als bibliothecarissen met je spreken.

Het heeft iets mysterieus, maar tegelijk een tikkeltje hautain. Ik voel mij als een ongelikte beer die naar de literaire tempel komt om uit Het Magazijn een boek op te vragen. Ik voel mij als een klein jongetje dat elk moment bestraft kan worden tot het schrijven van 20 pagina’s droogwoorderijbrij omdat hij een niet-uitleenbaar boek probeerde te ontlenen.

Zelfs bij de ontleencomputer ben ik op mijn hoede. Ik ben niet het soortje dat vingernagels oppeuzelt omdat hij een computer aanraakt, maar deze machine maakt mij bang. Zal ik de streepjescode wel goed onder het rode laserlijntje leggen? Zal ik wel niet vergeten ‘afsluiten’? Worden mijn boeken wel gedemagnetiseerd of word ik straks onder luide sirene gearresteerd door de bibpolizei? Wel?
Uit angst betrapt te worden op een misdadige hoofdzonde die ik ongewild en onbedoeld begaan zou hebben, hou ik me schuil in het leescafé. Maar vóór mij, naast mij en achter mij word ik in de gaten gehouden door lunchende omfloerst-praters. Kom mij redden met een dialect-kreet!!!