Hoe Danny aan zijn kieuwen kwam

Hij had een onderonsje met de Intergalactici. Dat had hij wel vaker, deze tijd van het jaar. “Zijn jullie van Mars?” had hij hen de eerste keer gevraagd. Zij hadden met hun kieuwen geflapperd, wat non-verbale intergalacto communicatie was voor stevig uitlachen. “Neen, Danny, iedereen weet onderhand wat met de Martianen gebeurd is!” zei de ene intergalacticien, onderwijl een stevige, zwavelloze scheet latend, waarop de anderen met ontzag verstilden tot wanneer hij de kieuwen flapperde en het ijs gebroken was. Ze keken naar hun voeten: de kleine wijzer stond al tussen de tweede en derde teen, meer dan tijd om te vertrekken. Er zat een fuite in de opstraalpomp, dus moesten ze het hele eind naar boven surfen op eigen kracht. Met de nachtelijke thermiek kon dat nog wel even duren, maar ze zouden terugkomen. Ze beloofden zelfs chocolade croissants van Bundervoet mee te brengen, als Danny maar een kop hete motorolie zou klaarmaken; een bakkie troost als je zo ver van huis bent.

In de weken die daarop volgden, bestelde Danny zoveel gebruikte motorolie (persoonlijke voorkeur van de Opper Intergalacticus) dat hij de argwaan van de dioxinecommissie opwekte. Maar dat had hij ervoor over. Hij zou immers het verhaal van de ondergang der laatste Martianen te horen krijgen. Maar de intergalactici toonden de achterzijde van hun tong, niet toevallig hun minst communicatieve kant. Er werden sloten motorolie aangevoerd tot wanneer de toedracht eindelijk tot Danny en de boor in zijn kleine hersenen doordrong. Hij flapperde met zijn kieuwen en liet een zwavelloze scheet, toen hij met een herstelde straal ten hemel steeg.

De-ex-ex-frienden

Wij, Rammen, geloven niet in astrologie. Wij relativeren en relativeren, al moet dat met een korrel zout genomen worden. Wij staan krachtdadig en onveranderd achter wat we zeggen, en komen daar nooit op terug.

Mensen zijn van oorsprong dom, maar als ze mij zeggen dat “ik geluk heb dat ik van mijn job mijn beroep heb kunnen maken”, dan ben ik aschrant als ik hen daar gelijkzijdig en -hoekig mee uitlach.

Het verleden is voor mij als de drol die je darmzieke puppy op straat achtergelaten heeft. Daar wil je zo snel mogelijk van weg lopen. Doen alsof je niets gezien hebt. Maar als je de rotzooi niet opkuist, loop je ooit zonder het te beseffen dezelfde straat in, en glij je uit om smalend stront te snuiven. Misschien, heel misschien zijn er uit de mest eetbare bloemen gegroeid, maar er blijft een geurtje, een zweem van herinnering hangen.

Dát, dat was mijn overtuiging. Ik weet het niet meer. Ik ben het afgelopen jaar een aantal ex-lieven en ex-vrienden tegengekomen en dat contact liep lekker, en ineens ligt mijn principe over het verleden onder vuur. Hoe verloopt de mathematiek van “ex”? Ex-ex-vriend wordt vriend? Of kennis? En kan je die dan weer de-frienden als het toch niet zo huppelleuk blijkt te worden? Ik steven af op een prefix-coma.

Het is op dit moment makkelijker te geloven dat het in de sterren stond geschreven dat ik deze mensen moest her-ontmoeten. De achterliggende betekenis van dit alles zal ik wel van mijn tarotdame te horen krijgen.

Principieel tegen principes

Ik heb met insecten wat een atheist met ziekenhuis-aalmoezeniers heeft: ze zullen ongetwijfeld hun nut hebben, maar als ze op mijn bed komen zitten, sla ik ze dood. Geen principe, gewoon een feitelijke oorzaak-gevolg-vaststelling.

Bij het tellen van de jaarringen om mijn buik bedacht ik me dat ik het niet meer heb met principes. “De Echte Liefde”. Pff, wat zou het? Maar “de echte liefde bestaat niet”, heb ik ook al afgezworen. Ik ben een relativiteitschijter geworden. Is dat zo? Een nihilistisch zeurderig truffelzwijn dat dan wel schone poen heeft opgebracht voor zijn heren, maar daarbij vergeten is dat het op zijn minst aan de luxe gelikt heeft?! Ik zet mijn hoef krachtdadig neer, zo wil ik niet worden. Ik wil weer opgaan in “a cause”, in verbeten standpunten, in ja’s en nee’s, wars van misschiens en maars.

U, wereld, weze gewaarschuwd.

Zeebedenkingen

Noot aan mezelf opdat ik het volgende keer niet zou vergeten als ik nog eens eendagjetoerist aan zee:

  • 1x insmeren met factor 50 is niet zo doeltreffend als 5x met factor 10;
  • na 1u in de branding te lopen met de zon in de rug, loop je best 1u terug alvorens thee&taart te eten. Anders heb je op het einde van de dag negerkuiten en albinoschenen;
  • teennagels knippen voor het vertrek is een succes, tenzij je zand wil scheppen om thuis een eigen strand aan te leggen;
  • de zeelucht opsnuiven kán ook met de mond dicht; tenzij je wespen (nee?! ja!! echt ofwa? bajaat, ook aan zee een plaag!!) wil happen of andere dingen die meeuwen en andere toeristen achterlaten;
  • golfbrekers breken niet alleen de golven maar ook je poten; en die paaltjes daarbovenop staan net ver genoeg van elkaar zodat jij er tussen kan, maar je rugzak niet meer; wachten tot je bevrijd wordt bij opkomend tij in deze crisistijden brengt het water tot aan je lippen; je kan ondertussen wel mosselen krabben;
  • ook de golfbrekers zijn in trek bij onze moslimzuster en -broeder; of was de mosselman gewoon verkleed als musulman?