Zondag

Waarom zou ik schrijven als je me niet leest? Waarom zou ik krijgen als je me niet geeft? Frontaal op je bek gaan because no one was there to cover your back.
Het lijkt alsof ik de zinnen bij elkaar hark met woorden als het mos dat mals-burgerlijk gras verstikt. Het zal u geen hol interesseren, maar *jou* misschien wel. Wanneer je me leest. Als kind haalde ik de woorden ‘wanneer’ en ‘als’ door elkaar. Nu nog. Als je me leest.

Sommige mensen graaien in de Carrefour hun boodschappen in hun winkelkarretje, glijden behoedzaam snel naar de kassa en komen uitgeput buiten. Stik. Kapot. Niet omdat dat op zich zoveel moeite kostte, maar omdat die plaats alle energie uit hen wegzuigt.

Sommige mensen op sommige momenten zijn niet in staat zich af te schermen voor de negativiteit die we uitstralen door onze problemen. Die problemen kankeren onderhuids, right below the surface; de lening die we niet rondkrijgen, vrouw-slaat-man, die promotie die onze collega onverdiend verdiend heeft. Problemen waar we zo graag over praten met een juiste persoon op een juist moment maar waar wij nooit de juiste gelegenheid voor vinden om naar te luisteren.
Er wordt aangenomen dat honden in staat zijn om kankergezwellen te ruiken. Sommige mensen absorberen de negatieve straling die deze mentale kankers uitstoten. Zomaar. In een beperkte ruimte met een teveel aan sluimerende en onuitgesproken pijn, krijgen sommige mensen een overdosis, die zich opslaat in hun lichaam en slechts geleidelijk uitgeademd wordt als fijne roetdeeltjes.

Emo? Dono.

Likt eens van een Cremke

Jezus

Wat een golf van verontwaardiging gaat er door de blogosfeer naar aanleiding van het ontslag van een Nederlandse blogbarmeid omdat zij geblogd had over een onnodig, zat, en misschien wel onnodig zat bezoek aan een New Yorkse bar van Pieter De Crem

én

nadat Pieter eerst in het parlement gezegd heeft dat hij er voor niets tussen zat dat ze ontslagen werd, maar daarna in zijn onnavolgbare furie-betoog gezegd zou hebben dat bloggers gevaarlijk zijn.

Dus verschijnen nu her en der bannerkes op blogs met de melding “Gevaar: Blog”

Ikke nie

Omdat ik mezelf niet au serieux neem, verschijnt hier geen banner.  In deze blog schuilt even veel gevaar als wanneer ik met gespreide benen over een kernkop hang.

Misschien ligt hier wel de fond van het hele gedoe: relativeer allemaal eens een beetje.

Want er is wel nog écht nieuws, he:

Sneeuw is slecht voor de misanthroop

Maar miljaar het is niet waar.  Het is lang geleden dat ik hier nog eens van boekstaafke gedaan heb.  Zo lang nu ook weer niet, maar we tellen dat dwergje van een post niet mee.

Het zijn bittere dagen voor misanthropen die een zoete afdronk smaken wanneer ze kunnen kankeren op het uitschot van de straat.  Want het heeft zondag gesneeuwd en sommige mensen worden dan vriendelijk, galant tot zelfs sympathiek.  Bèkes.

Ik rij met een BMW.  Zeg 1 keer awoert en dat ik u dan niet meer hoor.  Ik heb daar zelf maar halvelings voor gekozen, hoor.  Awoert.  Ah ja, wel wat had jij dan gedaan als je kon kiezen tussen een Turkenbus (Ford Galaxy) of een Turkenauto (BMW)?  Want dat waren de keuzes.  Een turkentrottinette, zeker?  Awoeeeert.  Ok, dat was de laatste keer, de volgende keer rij ik over u met mijn achterwielaandrijving.

Wat ons naadloos bij het zondagse probleem brengt.  Ik reed voorzichtig naar de Dampoort met mijn auto terwijl het sneeuwde alsof God en Allah een kussengevecht hielden.  Dat gaf gladdigheid en den trolley stond stil op de Dampoortbrug.  Iedereen daarlangs, ik ook.  Wringwring, want geduld heeft niemand als het sneeuwt.  En toen begon het: ik reed maar ik stond stil.  Ik reed sneller maar ik stond stil.  Pattineren, noemen ze dat in de volksmond (waar ik graag eens zou in pattineren).  Het leek alsof die helling eindeloos steil was en voor mij waren andere bmw’s en mercedessen ook al in de problemen gekomen.  Het zweet brak me niet uit, daarvoor was het te koud.  De verwarming had ik uitgezet, want ik moest dringend tanken en wou brandstof besparen.  Zoef… links van mij raast een peugeotje aan een rotvaart van 10 per uur voorbij, en ik draai wat naar links en naar rechts, maar zeker niet naar voor.

Tot.  Wanneer.  Er.  Een.  Man.  Uit.  Het.  Niets.  Helemaal uit het niets.  Mijn auto begint te duwen.  Mooi.  Sympathiek.  Verdomme.  Er bestaan dus toch nog hulpvaardige zondagshelpers.  Mijn dank aan de man in het motorpak (hij zal wel een BMW-motor hebben) of ik had op de dooi mogen wachten.

GoogleMe

Elke zoveel tijd moet je je cyberpopulariteit opmeten.  Ik doe dat natuurlijk nooit.  Natuurlijk.  Het enige wat ik doe is mijn cybervindbaarheid toetsen aan hoehel.  Zoeken op jim maes levert je massaal veel resultaten op, waar nauwelijks iets relevants over mij te vinden is.  Zoeken op “Jim T. Maes” daarentegen is effectiever.

Het grappige is dat er voornamelijk verwijzingen staan naar social media (zeg maar Facebook en LinkedIn).  Als ik mijn eigenste relevantie in de interwebvallei moet afmeten aan webpagina’s als “Jim T. Maes and Chantal De Smedt are now friends”, dan maar liever niet relevant zijn, en daar hou ik elke Google bezoeker aan.