Didi

Didier Bellens Wat zou ik graag over Didier Bellens een spitant blog postje schrijven.  Maar echt graag, he!

Het zal voor een andere keer zijn, in een ander leven van mij of dat van Didi. Want alle respect voor een collega!

Ondertussen lees ik gewoon de gazet.

Als Didier het niet ziet zitten voor 1,7 miljoen euro, dan wil ik dat gerust doen.  Ik ben niet bang voor diene post.

Inge, Votteke, lieve schat, ik wil gerust met jou iets gaan eten om dat te bespreken.  Op mijn kosten.  Hier in Gent of in Zaventem, da’s een buurt die jij beter kent.  Bel me maar.

Photosynth probeersel

Ik was al vroeg gewonnen voor de ideeën achter Photosynth, maar nu is er ook Photosynth voor jou en mij.  Heel kort geschetst: Photosynth neemt een aantal foto’s en zet die om in een 3D-ruimte.  Om dat te kunnen doen, moet je natuurlijk foto’s nemen van onderwerpen die stil staan zoals pilaarheiligen en levende standbeelden, of de huis-, tuin- en keukenliving.

Ik heb nog een heleboel plannen met Photosynth, daar zullen jullie wel getuige van worden.  Eerst de plugin van Photosynth installeren.

Je kan het ook in een groter scherm bekijken.

Honderdzeventien honderdsten

Artikel: 117 honderdsten Is dat dan niet net iets meer dan 1 seconde?  Dat dacht ik toen ik net De Standaard openklikte.  Ik begon aan mezelf te twijfelen, dacht mijmerend terug aan de eerste klas toen de meester ons aan de hand van blokjes de notie van eenheden uitlegde: tien kleine witte blokjes werden op magiërswijze vervangen door één langer balkje.  Ik hoor de ohs en ahs en de oinks van mijn klasgenootjes nog weergalmen.  Ik was heel even terug in die tijd, maar niet voor lang, want toen ik het artikel van de kajakkers las, ging het niet meer over honderdsten.

117 honderdsten 2

Ik ben blij dat ik niet meer aan mezelf hoef te twijfelen, zodat ik weer met gerust hart de dames kan helpen koken:

Zij: 200ml groentebouillon, hoeveel is dat?

Ik: 2dl, lieve schat/moeder/sleepsel/minnevrouw/koeketiene!

Zij: MAAR HOEVEEL IS DAT?

Ik: Een tas vol.

Zij: Deze hier?

Ik: Neen, da’s nen kaba.