Jamu Iza

Kalibaru, Java.

De tijd vliegt voorbij, we kunnen ons nauwelijks herinneren dat we pizza zaten te eten op Zaventem. Iza wil nu aan geen eten denken. Ze is wakker geworden met overgevoelige darmen. De krampen springen van darmplooi naar darmplooi. Is de Yogyamaaltijd haar slecht bevallen? Is het het vroeg opstaan van de laatste dagen wat haar nekt?

Aan het ontbijt valt het Peter & Cris meteen op dat Iza’s oogjes maar wat slapjes in hun kassen staan. Wanneer ze horen wat er aan het handje is, schieten ze meteen ter hulp. Iis, die de bediening verzorgt in het Javaanse huis, maakt zelf jamu, een Indonesische kruidendrank waarin ze plantenblaren verwerkt tegen buikkrampen. Iza doet er een half uur over om het groene smaakvolle drankje naar binnen te werken. De komende uren moeten beterschap brengen. Peter geeft ons cola mee (altijd interessant om je maag te helpen bij vreemd voedsel van misschien wel bedenkelijk alooi); Cris knuffelt ons een goeie reis en we verlaten de ontspannen, toch wel huiselijk-warme sfeer van het Javaanse huis.

Jamu Iza

Onze chauffeur brengt ons eerst naar de ferry. We verlaten vandaag niet alleen Kalibaru, we maken ook de oversteek naar Bali. De ferrytocht duurt een uurtje (we zetten ook onze klok een uurtje voor want op Bali is het een uur later, en dus 6 uur verschil met Belgie), daarna is het nog twee en een half uur rijden naar Lovina in Noord-Bali. We zien meteen het verschil met Java: overal staan Hindoeistische tempeltjes, overal liggen de offertjes op straat. Bali is hoofdzakelijk Hindoeistisch. We slaken een zucht van verlichting: we zullen alvast niet meer uit onze slaap gewekt worden door het luid gekeel van imams. We nemen onze intrek in hotel R in Lovina. De kamers liggen als bungalows in een mooie, dicht-begroeide tuin vol bloemen in vele kleuren.

Eten doen we in een restaurant aan het strand. Het zit er vol met buitenlandse gasten en binnenlandse katten. De katten op Indonesie zien er armtierig uit. Als Indonesiers al mager zijn, dan zijn hun katten vel over been. Sommige soorten hebben een korte staart, alsof ze tegen een hakbijl gelopen zijn. Terug op straat worden we aangesproken door een dozijn verkopers. Eentje achtervolgt ons, niet om ons iets te verkopen, hoor, gewoon om te praten. Na het praten (‘Belgie heeft toch 3 landstalen, he?’ en ‘Nederlands klinkt hard met chhhh, Vlaams is zachter toch?’) kopen we een klein juweeltje van hem.
Ik ga nog wat Internetten, Iza kruipt in bed. Als ik een ontdekkingsreiziger was, dan zou ik zeker Columbus geweest zijn, want van orientatie heb ik al evenveel cheddar gegeten. Eerst loop ik -met mijn hoofd nog in cyberspace- het verkeerde hotel binnen. Dan vind ik in het doolhof van paadjes onze bungalow niet meer terug. Net op het moment dat het zweet in meanders van mijn lijf begint te gutsen, zie ik het licht in de duisternis dat Iza aangelaten heeft.

De kamer is weelderig gevuld met muggen, dus neem ik een douche in muggenspray. Mij zullen ze niet hebben.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *