Vroeg op voor stinkberg

Bromovulkaan, Java

Wat heb ik heerlijk geslapen, fantastisch. Not, niet dus. De kamer was nauwelijks te verduisteren, iets wat je wel vaker ziet op Java. Maar de nachtverlichting scheen zo fel binnen in onze kamer dat het leek alsof ik in bed lag te bruinen in de equatoriale middagzon. Opgestaan om slaapmasker op te zetten. Ik dommel weg. Dan hoor ik het water genadeloos luid uit de kraan druppelen. Opgestaan. Een groot insect probeert beukend de kamer uit te geraken, de vleugels molewiekend om zich heen, wat een verschrikkelijk lawaai geeft. Opgestaan. Iza en ik slagen er in om het beest naar buiten te loodsen. Ogen dicht. De insectenfobie in mij is wakker geworden: heb ik me wel ingespoten tegen de muggen? Aaarggghhh. Opstaan dus. Sprayen, meer dan nodig is, je weet maar nooit. Als ik net begin te dromen van Balinese masseuses die heerlijk geurende olie in elke vezel van mijn lijf masseren, hoor ik Iza een angstwekkende doodskreet uitslaan. Weg olie, weg Balinese masseuses, het is nog zwart voor mijn ogen, dus weg slaapmasker. En wie is er terug: de flapkrekel-tor-mot, die rakelings voorbij Iza’s schapekrullen scheert. We besluiten het beest te laten zitten, maar gedurende de resterende twee uur doe ik geen lodderoog meer dicht.

3u55. Met onderlijveke, T-shirt (met lange mouwen), dikke fleecetrui, jeansjas en twee paar sokken aan mijn voeten, doe ik de deur van onze ‘berghut’ open. Meteen duwen tien dik ingepakte locals dekens, mutsen, T-shirts en ander warms onder mijn neus. ‘Wanna buy?’ Gasten, ’t is ’t moment niet. Ik ben momenteel de Boeddhistische incarnatie van Het Grootst Mogelijke Ochtendhumeur. Ik vind jullie de max als jullie driedubbele moslimmeters uit mijn buurt blijven. Ik zeg slechts 32 keer ‘neen’ en ze druipen af.
We kruipen achterin de jeep die met ons afdaalt in het pikkedonker naar de vlakte rond de vulkaan. We zullen eerst naar het viewpoint rijden waar we een uitzicht hebben op de vulkaan en de opkomende zon. Het zijn vulkanische aardewegen waarover we hobbelen. Eenmaal bovenop de berg moeten we nog 50 meter in het pikkedonker lopen tot aan het uitzichtspunt. In onze hotels slapen we ’s nachts met meer licht dan er hier voor de laatste klim beschikbaar is. We horen stemmen in het duister: hier zijn nog bezoekers. Als de zon langzaam opkomt zijn we al met zo’n 100.

DSC_7224 DSC_7200

Ik neem foto’s van elke zonnestraal die boven de horizon geboren wordt en zich nog eventjes achter een wolk verscholen houdt. Het is als nieuwjaar vieren in een grote stad. Verschillende nationaliteiten (het is voor het eerst dat we er in Indonesie zoveel samen zien) die aftellen, zij het naar de zonsopgang. Overal worden foto’s genomen, groepsfoto onder het luid scanderen van onverstaanbare kreten en iedereen zal naar huis gaan met dezelfde foto (met andere koppies).

DSC_7211 DSC_7202

DSC03793

DSC_7210

DSC_7192

De zon heeft nog maar net haar eerste licht gegooid op Bromo (we hebben het hier over 5u30) en het internationale gezelschap stuift uiteen. De Nederlanders met wie Iza kennis gemaakt heeft (ik was te druk bezig om de pixels te tellen op mijn foto’s) zullen de Bromovulkaan zelf niet meer bezoeken. Ze kruipen hupakee weer de bus in waarmee ze om 1u30 deze nacht naar hier gereden zijn. We zijn dus niet de enigen die het lastig hebben.

Maar wij zijn noeste berggeiten op missie, dus zullen we Bromo koste wat het kost veroveren. Onze jeep brengt ons naar de vlakte waar Bromo ligt. We kunnen dit stuk ook te paard doen, maar daar bedanken we voor (wel 42,5 keer): dit moeten we zelf op ons palmares schrijven en niet op de rug van een ander. Het liefst zou ik dit doen al hardlopend EN met volledige brandweeruitrusting EN op het middaguur, maar jammer genoeg ontbreken de omstandigheden daarvoor. We laten de tempel die voor de berg in het vlakke landschap neergepoot is, links liggen en ploeteren verder door het mulle lavazand. Voor we het beseffen zijn we al aangesterkt tot een groep van tien. Het wordt zelfs bijna gezellig en als ik ooit in een jeugdbeweging had gezeten, dan zou ik nu een lied aanheffen. Uit vrees dat ik de slapende vulkaan (het is een lichte slaper) zou wakker maken, begin ik niet te improviseren en doe ik mijn mond alleen open om heel onopvallend te hijgen.

DSC_7242 DSC_7229

DSC_7234 DSC_7240

DSC_7228

Het laatste stuk is via een trap van 200300 trappen (het kunnen er ook een paar honderdduizend minder geweest zijn). Boven stinkt het naar ’t afvoerputje, wat natuurlijk veroorzaakt wordt door de zwaveldampen die opstijgen uit Bromo’s borrelende dieptes. Na een paar minuten zijn we uitgerookt tot ontbijtspek (lekker vies op dit moslimeiland) en dalen we weer af. We gooien een blik op de tempel en haar bewakers, nemen wat foto’s (als enigen) en houden het voor bekeken.

DSC_7243 DSC_7254 DSC_7264

DSC03829 DSC03821

We scheuren met de jeep EN van de honger, dus een goed kwartier later zitten we te eten. Dan vertrekken we voor een lange tocht naar ons volgende hotel: we worden verwacht in Kalibaru op Oost-Java.

2 reacties op “Vroeg op voor stinkberg

  • 7 juni 2008 om 3:42
    Permalink

    Prachtige foto’s, spannende verhalen, en toch …

    Reeds 48 uur dondert onze nationale drasj kroonprinsheerlijk neder.
    Daarbij de dagelijkse vergezichten op de Vilvoordse schouwen, minaretten en andere wolkenkrabbende hoogtes niet vergetend. Stinken doet het daar minstens even hard als op da stuksken namaak-vulkaan (read the “made in China”-label at the bottom) , maar in de koele luwte van “da moddaship” kwijl ik weg bij al dat aziatisch ge-avontuur.
    Verdoemme, tis ginder precies wel goed, maar we houden het voorlopig bij vocht in eigen locht!

    Much greetz to the Good, the Bad & myself

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *