Becakt

De attentvolle lezer (o jee) zal gemerkt hebben dat ik een dag overgeslagen heb. Ik moet dus nog schrijven over gisteren. Met een programma dat niet eens zo eivol gevuld is, is het toch niet zo eenvoudig om de pas te houden in het bloggen, wat mede veroorzaakt wordt door het ‘bloggen-in-twee-stappen’, eerst met pen en papier (old school) en dan ergens ten velde (new school) waar ik een Internetconnectie vind die iets sneller is dan de gemiddelde postduif.
Gisteren dus. Vrijdag dus. O ja: wakker geworden van de jetlag (het wordt een gewoonte, ik ga het binnen een paar dagen nog missen), maar net op tijd om de imams te horen oproepen tot het ochtendgebed (04u15). Staan de mannen dat te doen in hun wit pyjamakleed of komen ze gewoon uit bed om een cassetje op te leggen en kruipen ze daarna weer in bed? In ieder geval, we kunnen de slaap niet meer vatten en gaan om acht uur ontbijten in het kleine tuintje.

Foto: de Sultan is gaan werkenDe becakchauffeur (spreek uit: beetsjak) die normaal post vat aan het hotel is er niet, dus laten we zijn collega, Joni, zijn plaats innemen, maar niet voor we hem gevraagd hebben of hij deze twee zwaargewichten als cargo wil vervoeren. Het is een tenger ventje en hoezeer we ook in zijn bovenmenselijke krachten geloven, we vrezen het ergste. Joni brengt ons eerst naar het Kraton, het paleis van de Sultan. De Sultan zelf kan ons niet ontvangen, want die is om 8u30 naar zijn werk vertrokken. De gids, die we meegestuurd gekregen hebben aan de ingang, daarentegen is blij om ons rond te leiden en verontschuldigt zich dat ze alleen Engels kan. Later in het gesprek blijkt ze een aardig bekkie Nederlands te spreken, althans van het type Nederlands dat ze hier allemaal zo moeilijk uit hun smalle keeltjes krijgen: de harde Hollandse gggg’s vliegen ons om de horen. “Ooo, sijn jullie helemaal uit Belchie chekomeeeee? Mooooi” Hun klagerige intonatie maakt het helemaal af. Onze gids is een felle dame en weet ons veel te vertellen over de vertrekken van de Sultan, de gezinssituatie van de Sultan, de rijke (80-koppige) kroost van de grootvader van de Sultan (Sultan 8e), de geschenken aan de Sultan, het leger van de Sultan (dat bestaat uit een horde stokoude vrijwilligers die slechts een protocolaire functie uitoefenen -krijg daar eens bescherming van-), allemaal superinteressante dingen die ik over exact 22 minuten helemaal vergeten zal zijn.

Foto: De Sultan is weg Foto: muziekkiosk Foto: Iza en onze gids

We bedanken en betalen de gids en worden opnieuw verwelkomd door Joni. Ik parkeer mijn beider bilhelften naast Iza. Het begint met de minuut comfortabeler te zitten. Joni fietst niet: hij steekt, ontwijkt, accelereert, ontwijkt, haalt in, ontwijkt_ontwijkt___ontwijkt______stopt en vooral: manoeuvreert zijn volgepropte becak in het verkeer van rakelings passerende auto’s, vrachtwagens en hilarisch dunne autobussen, daarbij opgejaagd door honderden claxonerende brommers die elk op hun beurt kind, vrouw, kind en chauffeur vervoeren. Het zweet danst parelend op mijn voorhoofd (spanning) en dat van Joni (inspanning).

Foto: WaterpaleisHij brengt ons naar het Waterpaleis, waar hij ons verschillende plekjes toont die volgens fotogeniek zijn. Hij leidt ons door de smalle straatjes, ook naar verborgen ruimtes en gangen en we vragen ons af of dit allemaal tot het Waterpaleis behoort, want het enige water dat we te zien krijgen, gutst uit mijn porien. Onderweg komen we verschillende armen (en uitgestoken handjes) tegen want de armoede is hier just around the corner.

Waterpaleis Waterpaleis

Foto: met Joni, onze becakchauffeurWe hebben genoeg sites bezocht voor vandaag en laten ons naar het Guesthouse terugbrengen. Maar Joni blijft aandringen om batikfabriekjes te bezoeken en zilverwinkels, waar hij geld krijgt als hij toeristen aanbrengt. We gaan zilvershoppen.

Joni brengt ons veilig thuis, heuvel op-heuvel af. We stappen twee keer uit omdat het veel te zwaar voor hem is. We trakteren hem op een iced tea, proberen een conversatie aan te knopen, maar veel verder komen we niet dan dat hij een zoon van vier heeft.

Ons draaiboek beveelt ons de Idagalerij aan waar we typische Javaanse curiosa kunnen kopen. ’s Avonds worden we met drie andere, Vlaamse, gasten van het Javaanse Guesthouse opgepikt door Koen die ons naar zijn restaurant brengt. Deze Westvlaming, die een geboren verteller (lekker sappig) is, heeft een prachtig restaurant in het noorden van de stad waar hij sinds een paar maanden ook een Javaanse villa verhuurt. We kijken ons de ogen uit in deze adembenemende logeerplaats en verlekkeren ons met het eten (en Belgisch gebak).

Prambanana

Sanur, Bali.

We moeten beter slapen.  Wezullen beter slapen.
Het is 3u30 en we vragen elkaar of we nog slapen. Jetlag. We hebben het er nog over dat we de dagelijkse regenbui nog niet gezien hebben of de nachtgoden zetten gedurende 5 minuten de hemelsluizen open. De vogels in kooien zijn gestopt met zingen, de krekels houden hun vleugels stijf op elkaar en de eenden (door pseudo-ornitholoog aldus herkend) steken zwijgend de snavel in hun veren.

Vandaag wordt een reisdag. We nemen afscheid van het hotel en haar immer lachende staff en worden naar de luchthaven van Denpasar gereden. De afdeling Domestic Flights is heel wat anders dan het internationale gedeelte van de luchthaven, waar we gisterennacht zijn aangekomen. Het gonst, kwettert en tettert in een zwoele ruimte waar we met velen het zweet delen.

De Indonesische security buigt zich (glimlachend) over mijn handbagage. In Zaventem zijn ze hen (minder glimlachend) voorgegaan. Ik weet dat het piepkleine camerastatief er op X-ray uitziet als een schrikbarend moordwapen. De man toont het ding met ingehouden pret aan zijn X-Rayman (laat) collega en we mogen gaan.

Aan de luchthaven van Yogyakarta worden we opgehaald door Keroya (sic?) die ons in een mager Suzukibusje naar het Javaans Guesthouse brengt.  Het is een aandoenlijk zicht: een tenger ventje dat een zware koffer in een al net zo tenger busje hijst en vervolgens deze twee Belgische beren laat instijgen.  Het busje kan zes (6) mensen vervoeren.  We scheuren met zijn tweeen bil tegen bil. Centraal in het guesthouse ligt het tuintje met zwembad waarrond de kamers gesprokkeld liggen. Morgenvroeg zullen we in de tuin ontbijten. Omdat we toch nog altijd de jetlag moeten overwinnen, kruipen we in bed voor een paar uurtjes schoonheidsslaap (Iza). De kamer is gezellig klein en de badkamer diepzeeblauw (inclusief wc).

Prambanan tempel bij avondKeroya komt ons oppikken en brengt ons naar de Prambanan tempel waar we zullen dineren en kijken naar het Ramayana Ballet Prambanan.  Het is indrukwekkend eten: ik heb Iza en de imposante Prambanantempel als tafelgasten.  Keroya begeleidt ons naar de tafel, wisselt onze vouchers in voor tickets en verdwijnt dan naar de achtergrond.  De Indonesier die ons aan tafel koele lucht moet toewuiven ontbreekt nog net alvorens ik mij een echte, vette koloniaal begin te voelen.  Maar het uitzicht, het uitzicht is hier zo mooi! En we komen binnen een paar dagen terug, alleen maar om de Prambanantempel te bezichtigen.

Foto: Prins Ranaman heeft de wedstrijd boogschieten gewonnenIn het stenen openluchttheater nemen we plaats naast twee Duitse vriendinnen waarvan de ene haar ganse jonge leven in België gewoon heeft, maar die nu beiden in Bangkok verblijven en op vakantie zijn in Yogya (uit te spreken als Djokdja). Ze vertellen ons dat de voorstelling 2,5 uur duurt.  Het verhaal is eenvoudig maar telt een tiental belangrijke karakters: prins wil prinses trouwen. Stoute man kidnapt prinses. Prins gaat op zoek naar prinses en maakt ondertussen vriendjes.  Met zijn allen bevrijden ze de prinses.  Prinses moet haar maagdelijkheid bewijzen en hoe doe je dat anders dan jezelf op de brandstapel te gooien?  Het lukt.  Iedereen blij, behalve de dooien die zich vanuit het hiernamaals de vingers afkluiven van frustratie.  Kortom, de plot van een spannende Wittekerke-aflevering.  Maar de elegantie van de dansers en hun verfijnde kostuums maken van dit meer dan een avondje VTM: het is een prachtig schouwspel, zeker tegen de opnieuw in de achtergrond opdoemende Prambanantempel, ook al zitten we op zo’n 100 meter van de scene.  Na de voorstelling mogen we op de foto met de hoofdacteurs.  We stormen met zijn honderdvijfenzestig op scene en de acteurs staan voor de triljardste keer op een toeristisch vakantiefoto’tje.  Iza durft nauwelijks dichterbij, bang dat ze met haar radiante verschijning de aandacht van de acteurs zou wegkapen.

Ramayana Ballet Ramayana Ballet
Ramayana Ballet Ramayana Ballet

Keroya staat ons aan de uitgang op te wachten. We rijden terug naar het hotel en hij wil ons nog graag de woordjes Indonesisch opvragen die hij ons tevoren geleerd heeft. Omdat er zweetparels op mijn geheugen staan. haak ik snel af, maar Iza bewijst nogmaals haar polyglotisme. Ook Keroya is een meester in talen: met een Indonesische tongval (of spechtimitatie) weet hij perfect 4 talen te spreken in een 3 woorden tellende zin. Duits springt over op Indonesisch wordt gevolgd door Nederlands vloeit over in Engels. Ik kom in het hotel aan met een hoofd als een erupterende vulkaan; Iza laat het Indonesisch als speelse lava uit haar mond vloeien. Keroya luistert en hoort dat het goed is.

Coco, Suzy en Citroengras

Sanur, Bali

06:15. Ik krab mij het hoofd: ik ben wakker, dat melden mijn volgelopen blaas en het ochtendlicht dat zich door de ragfijne gordijnen murwt. Ik strompel naar het toilet en laat er de liters vliegtuigwater, -cola, ondrinkbare thee en Singaporese noedelsoep uit. Het licht duw ik terug achter een slaapmasker.

08:10. Ik word opnieuw gewekt. Dit keer door luid jengelende, Vlaamse kleinmannen. Moeten die ukkers niet in hun bed liggen? Het is 2u00 ’s nachts!!! Allez, in Belgie en voor mij, aangezien de kleine wijzer van mijn biologische klok nog niet bijgedraaid is.

09:30. Douche genomen. Mijn hoofd staat nog steeds op de laatste nacht van 1001 nachten. De dag beginnen met typisch Indonesisch ontbijt: vers fruitsap (mix), vers fruit (mix) en nasi. De Belgische gastvrouw (aka Mom, aka The Boss) komt een praatje slaan (mix).

We doen een ’t straat tot aan de lokale supermarkt. Onderweg claxoneren tientallen auto’s naar ons. Ik check of ik de letters ‘T O U R I S T’ van mijn voorhoofd geveegd heb, of de out-of-bed-gel nog in mijn out-of-bed coiffure zit en of Iza geen drie Islamitische meters achter mij loopt in deze Hindoeistische straat die vol ligt met kleine altaartjes bestaande uit gevouwen bananenblaren gevuld met bloemen en wierookstaafjes. We zien er gewoon te toeristisch zoekend uit en de toeterende taxichauffeurs wenken ons om mee te rijden.
We kruipen daarna terug in de koelte van de kamer zodat we uitgerust zijn voor ons massage van straks.

14:00. Paula, de reisengel die onze volledige trip naar Bali en Java uitgedokterd heeft, heeft ons met een massage verrast: twee Indonesische dames komen ons masseren. Coco geeft harde massage, zoals haar naam doet verstaan en krijgt mijn lijf onder de vingers. Suzy palpeteert Iza. Mijn 24000cm2 geniet optimaal van de diepe massage. Iza kreunt instemmend. Daarna gaan we uitrusten van de inspannende massage.

Foto: Citroengras in de neus18:00. Hemel, we zijn vanmiddag vergeten eten. Dat moet goedgemaakt: we gaan op zoek naar KM, een restaurant dat ons aanbevolen werd. Het is lounge vs. Indonesie: de inrichting is strak en zwart wordt gecombineerd met het donkerbruin van het typisch Indonesische hout. We bestellen een sapje (met citroengras). Iza raakt in extase van haar pompoensoep met kokosmelk en ook de rest van de maaltijd is overheerlijk maar we twijfelen of dit echt Indonesische keuken is.

Snuif in Indonesie

Sanur, Bali.

Ik ben een geurvent, geuren vullen mijn, weliswaar getormenteerde, sinusholtes, maar vervolgens dringen ze quasi instantaan mijn neuronenconglomeraties binnen. Ik kan daar uiterst primitief op reageren, vooral als ik moe ben. Maar in den vreemde, ondanks vermoeidheid en jetlag, weet ik mij te beheersen; vooral in het land waar -zo vertelt de reisgids- elke vorm van expliciet geuite emotie beledigend kan overkomen.
Toen ik gisteren van het vliegtuig dribbelde kon ik de nieuwe geur opsnuiven. Het is moeilijk om geuren te beschrijven, de ene keer rook het muf, de andere keer exotisch Oosters. Maar overal waar je komt, de luchthaven in Denpasar, de straten, het hotel, de hotelkamer, overal kan je dezelfde basisnoot ontwaren: het ruikt wat wierookachtig.

Ik ben blij dat ik bij de luchthavencontrole niet in het geurspoor van een hond zit. Op het binnenbrengen van drugs in Indonesie staat de doodstraf en ik heb net nieuwe pillen gekregen van mijn Chinese kruidendoktores. Bovendien heeft ze me ook snuifkruiden voor mijn sinussen meegegeven. Ik hou mijn adem in als ik voorbij de controle ga. Leg dat maar eens uit: Sorry, mijnheer de vriendelijk glimlachende douanier, dat zijn geen drugs, gewoon krooooiden: lijntje leggen en snuiven!
De man laat mij door, no death row, wel baggage row.

Luchthavenfret

Foto: PizzaHut Zaventem

Met Iza reizen is altijd een beetje eten. Het begint meestal op Zaventem. Ofwel zijn we in ’s vogels vroegte op de luchthaven en pikken we een uitgesteld ontbijt binnen. Ofwel valt onze kwijlende tong op de evenwichtige voeding van PizzaHut.

Ik weet niet wat het zal worden, dat bloggen. Momenteel blog ik op de ouderwetse manier: met pen en papier. Afgelopen weekend nog lachtte een manspersoon mij niet geheel onterecht uit dat we maar voor 3 weken weg zijn en ik toch alle moeite zou doen om te bloggen. Misschien was hem overtuigen een net zo gekke onderneming als twitter uitleggen aan Shakespeare.
Ach, ik heb nood aan een iPhone, en mijn iPod heeft te weinig ‘Touch’ gehalte om overal wireless connecties te snoepen om zo mijn frivole reispasjes te zetten op ’t Interweb. Verslaving is zoet, de ontkenning zoeter. En nu airport shoppen.

Foto. Singapore Airport