Free will(y)

Gent.  Augustus.
 
Stil.
 
En o zo dood.
 
Gejaagd en dringend op zoek naar wat onthaasting rol ik van de autosnelweg de stad binnen.  Ik probeer hip irritant te cruisen in mijn Black Man’s Wish.  Ternauwernood 300 meter raak ik ver.  Wegenwerken.  Buddhistisch zen-tuiglijk herstelt mijn kalmte en ik draai volgens het filosofische principe van De Vrije Wil het straatje in waar de omleiding mij heen stuurt.  500 meter raak ik ver.  Wegenwerken.  Kijk, ik ben het type persoon dat op zo’n moment het met similileer beklede stuur tegen zijn amandelen klemt, zijn rechterklauw dwars door de (al dan niet bevolkte) passagierzetel slaat en de honger uitbraakt door de meereizende insectenlijken van de voorruit te slurpen.  Ik herstel van deze instant zwakte tot ik op de volgende omleiding stoot en een file andere heethoofden de pas afsnijd. Het tafereel dat zich vervolgens achter mij afspeelt is slechts te beschrijven door een Matrix-like Bullet Time Fighting mise-en-scène.
 
Augustus. Vrienden.
 
Stil.
 
Mijn vrienden zijn tot een lauw papje afgekolfd: vakantiegangers weg van alles op zoek naar niets; part time collega’s worden full time vrienden of no time kennissen, gestopt in het midden van een conversatie.  It’s the goof of all time. Look but do not touch. Touch but don’t taste. Taste, don’t swallow.  Maar toch wordt alles bereid op het altaar van de vrije wil.  Free will, it’s like butterfly wings: once touched they never get off the ground.
 
Schrijf eens over mij. Dit gaat over jou.
Schrijf eens voor mij. Dit was altijd al voor jou.

Christelijke gehoorzaamheid

De Gentse Feesten zijn nog niet afgekoeld of de Getuigen van Jehova organiseren hun eigen versie met een colloquium getiteld
 
Christelijke Gehoorzaamheid
 
Ik vul mijn christelijke ongehoorzaamheid in door in het holle van de nacht een bloedzatte mug chirurgisch dood te meppen.  Na nadere inspectie blijkt ze alle elementaire stigmata te vertonen en spuit ze volledig spontaan mijn bloed uit al haar nieuwe openingen, zelfs zonder mijn genadeslag.  In volle paniek voor hordes (in)sekteleden die haar voorbeeld willen volgen en zich kamikazisch op mij willen storten, geraak ik in een verstandsverwikkeling met mijn klamboe.  Tijdens zo’n intellectualistische krachtpatserij wil ik liever slapen.
 
5u59.  Een Gregoriaans lichtbaken vult mijn kamer.  De laatste snoezende minuten voor deze Nazareïsche verrijzenis waren de enige goddelijke slaapmomenten van deze nacht die ik zo onbevlekt ontvangen wou koesteren, tot wanneer Here Jezus zich gladgeschoren aan mij in dit verblindende licht kwam tonen.  Ik sta op uit mijn Lazarusbed, duw de lichtwekker uit, en probeer de splinters dromen uit de kamer met passer en winkelhaak samen te herstellen.  In plaats daarvan val ik over de schellen die mij net van de ogen gevallen zijn, toen ik mijn ogen probeerde te sperren.  Mijn neuronen neuriën neurotisch met zijn 1011 alfagolven naar elkaar en ik krijs in close harmony hierbovenuit: “This is gonna be the day”.  Ik wou dat ik vandaag slechts fantoompijnen overhield aan mijn disembodied bewustzijn.