Back to normal

Ons kleine zit terug in ’t land van de buigende pandaberen.  Maandag op ’t vliegtuig gestoken, na een Ronintripje door Parijs.  Eerst snel goog-gewijs foto’s getrokken van gebouwen, onszelf, onszelf en gebouwen, gebouwen en onszelf en toeristerende voorbijgangers en vooral van veel wind.
 
Op dezelfde dag kwam E terug van ver maar nauwelijks weg geweest.  Ik blijf Hunchback lachend over het feit dat haar naar eigen zeggen opvallende, lichtblauwe, semi-doorschijnende maar harde koffer 2 keer kwijt raakte.  Vergissingkies in de luchthaven.  En ook nog eens aangehouden door de Hollandse douane, ope make joh.  Komt waarschijnlijk door die meegesmokkelde Maleisiër (goedkoop strijkhulpje) die met zijn gezicht tegen de binnenkant van de koffer geplakt, schunnige Oeroeg-bekken zat te trekken naar de mareedesjosee.

Kikakokukiki

Kazuko.  Ka-z[u]-ko (met een gedempte u). 
 
Heren, dames, het staat geschreven, vergeet het niet meer.  Zo heet ze, the Miss from Japan.  Nu begrijp ik dat dat Japanees (volgens het gros van de bevolking spreken Japanners Japanees, Hongariërs Hongaars, Egyptenaren Egyptisch of hiërogliefeens en zijzelf Nederlands) moeilijk te onthouden is, maar de varianten van die ik ondertussen te horen gekregen heb, zijn werkelijk hilarisch. Koekoe? Kuzu (Japans bindmiddel, zeg maar lekker Maizena)?
 
Miss K. hebben we deze ochtend op de trein naar Londen gezet met een handje vol euro’s want ze is er nog steeds niet in geslaagd om via Bancontact contact op te nemen met haar bank.  Het voelt net aan of ons kleine ukkie groot geworden is en voor het eerst een reisje alleen maakt.

Muze

“And yet by heaven, my love as rare
As any she beloved with false compare.”
 
Een een beetje zichzelf respecterend woordenwauwelaar heeft een muze nodig. De dagen dat nen mens nog schreef voor De Liefde van zijn Leven, zijn echter voorbij.  Emancipatie en het gevrouwehoer dat feminisme heet, heeft het Witte Paard van de Heldhaftige Prins een klets op de Kont gegeven, zodat het irritant hinnikend op hol sloeg en de prins met zijn afgelekt bakkes en kuslippen over de nog niet geasfalteerde weg sleepte (lang voor labello), einde ende verre aan de horizon waar de zon smakkende geluiden maakt wanneer ze de aarde slaapwel kust (tegelijk met het verdwijnen van De Liefde is ook De Volzin als sneeuw voor de gasbrander verdwenen).  Welke man durft nog los op zijn bek te gaan om een Eeuwige Muze te bezingen?
 
“Schrijf nog eens wat voor me.”  Hoe kan ik je verrassen if you know my every line?

Van kuisen word je vuil

Dinsdag.  Nog 3 dagen.  We proberen het huis weer wat leefbaar te maken nu het erbij ligt alsof de laatste bewoners er halsoverkop vertrokken zijn bij de laatste hongersnood.  We wissen de tijdsporen uit en ik schrijf nog voor het laatst mijn naam in het spijkerschrift in het stof.  Keurig.
Twee elkaars innuendo aftastende beestjes (vreemd uitziende insecten) storen zich nauwelijks aan mijn aanwezigheid.  Ze liggen languit met de pootjes op een korrel brood met elkaar te keuvelen.  “Viendegaai mijn gat niet te diek in dees broek”, waarbij ze prompt haar kont in zijn bekkie duwt.  Hij hapt zich gelukkig.  Is hij een tettengek dan wel een kontenzot?  Hij aarzelt fataal.  Ik red hen beiden uit hun lijden en sla ze morsdood.  Had dan gezegd dat je beide bent, stupid.