Ichi

We zijn gisteren in Takayama aangekomen en ik schrok mij een Mongoolse halfling: zoveel toeristen!  Dat Japanners hun eigen land bezoeken, daar kan ik mee leven.  Maar dat meer dan een handvol gaikokujins (buitenlanders) mij in dit land mijn uniciteit afpakken, dat kan ik al moeilijker verkroppen.

We hebben er net twee dagen Wereldexpo Aichi opzitten en ik mis de attentvolheid van de expo-helpers.  Hier staat niemand klaar om me te zeggen dat ik niettegenstaande er massa’s pijlen mij de weg wijzen, gewoon 40 cm verder de roltrap moet nemen waar er een ander poppeke staat dat zich verexcuseert dat ik moet opletten want daar begint de roltrap die 30 meter verder eindigt waar er weer een poepke staat om mij te waarschuwen voor het einde van de roltrap.  Hoe kan ik hier in Takayama overleven zonder het voortdurende waakzame oog (of duizenden ogen of liever duizenden half-oogjes)?  We moeten amper 500 meter lopen naar het hotel en ik durf deze tocht bijna niet te beginnen.

We komen in het hotel aan en ik slaak een zucht van opluchting, want er staat zowaar een hotelpoppeke ons buigend (I noemt het altijd knipmessend) op te wachten om ons over een rode loper naar de hotelbalie te brengen.  We zijn gered!
Aan de balie komt een hotelmeisie die, als ze op haar tenen gaat staan (waarbij haar hielen steevast uit haar veel te grote schoenen floppen), net in mijn broekzak kan kijken, naar onze koffers om ze op een karretje te tillen.  Ik kan het schouwspel niet aan, vooral dat ze zich een enkel-, knie-, heup-, schouder- en wenkbrauwfractuur tilt aan onze koffers, en dus help ik haar een handje.

Op de kamer gekomen ploffen we neer in de voor Japanse normen veel te grote kamer en reserveren we elk een massage op de kamer.  I krijgt een gezichtsmassage en ik krijg, wat later zal blijken, een verschrikkelijk hardhandige shiasumassage van een introverte jap freebee op speed. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *