Nat

De wondere wereld van het tuinieren. Het behoeft geen betoog dat ik allesbehalve groene vingers heb. De enkele keer dat ik in de buurt zou komen is wanneer ik mijn vers muntplantje (het is ondertussen veeleer een arsenaal aan muntplantjes geworden) plunder om uitzonderlijk heerlijke, Marokkaanse muntthee te maken.

Nu blijkt onze pelouse verdorven vol te staan met 1/2 grasveld onkruid. Eerder al kon ik des morgens 250 klaprozen bewonderen die zich voor ’t krieken van de dag feestelijk naar mijn ochtendraam hadden gekeerd (de nachtelijke walm die de slaapkamer op dat moment hun richting uitblies deed hen terstond dichtklappen -edoch dit alles terzijde). Naast dit bataljon klaprozen (die ik achteraf onder hun frisse oksels van de aarde heb ontheemd) blijkt er ook nog ander onkruid de revue te passeren, waaronder klaver.

Dus worden er hier korrels gezaaid, en moet een vernuftig sproeisysteem het gras nat sproeien. Het ding geregeld krijgen is het werk voor een echt genie, want ofwel sproeit het niet ver genoeg, ofwel heb je de auto van de buren viezig bevlekt met het regenwater van onze jongste zomer.

En ineens komt een schare giebelende meisjes aan de omheining staan wachten op een vlokje water. Ze zijn uitgelaten, halen er alle vriendinnetjes bij. Ze laten zich luid horen als we het sproeisysteem even een ander stukje laten bewateren. Als ik uiteindelijk de waterkraan dichtdraai, schrik ik van het handjevol prĂ©-pubers die in ware Scala-stijl jubelen: “Ge moogt mij nat maken”. Meisjes, zwijg stil.

Altijd al geweten dat ik het goed doe bij meisjes onder de twaalf en vrouwen over de 70, ook al is laatste groep in geen mijlen te bespeuren, wie weet omdat ze zichzelf al incontinentatief nat maken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *