Maesoleum

In 1994 ging ik onder vriendschappelijke begeleiding in een clubje mafketen onder controle wat culturoos-studentikoos zitten doen met als persoonlijke leuze: ‘Alles voor de wijven’. Deze historische slagzin werd ook bij mijn medebroeder hoog in het vaandel geschreven, edoch met ietwat lyrischer inkt en allesbehalve zo materialistisch als bij mij. Dat bij hem dit veel vaker leidde tot materialisatie van ons gedeeld principe, deed mij alleen nog maar meer verlangen; ik hield mijn potlood op zak en schreef mij bloot aan poëzie zonder ook maar de pen in de inkt te doppen.

Gedurende deze wellustexpansie hervond ik de kut van cultuur en moest ik toegeven dat mijn marktwaarde gestadig steeg, zij het naar mijn mening niet snel genoeg. ’t Was in deze dagen dat ik een klein, positief gekruld heksje over het hoofd zag, maar tegen het lijf liep omdat zij 1/2 en ik 1/4 blind was. Zij was het type meisje waarbij je tevergeefs de t’s probeert te tellen in ‘Weedge wel da Maasmechele heel dich lich bij Maasdrich’. Hoe fysiek tegenstrijdig we er ook mochten uitzien, des te grondiger ging ik op zoek naar onze overeenkomsten:

  • Zij kreeg meer hypo van haar suikerspiegel dan ik van mijn hypochondrie
  • Onze Ma(a/e)s afkomst konden we geen van beiden lang verborgen houden
  • We hadden beiden een niet te ledigen nood aan seks: zij tenzij ze de insulinespuit vasthad; ik had de spuit altijd in aanslag

Nu ben ik het type persoon die pas doorheeft wanneer een meisje verliefd is als ze haar tong dwars in mijn oor steekt, zich wild met haar ranke lijf op het mijne stort, haar bloesje openrukkend en mijn gezicht in haar ontboezemingen drukt. Ook dan zal ik dit expliciet ovulaire gedrag eerder verklaren als ‘ze heeft last van ontstoken papillen op haar tong’, ‘haar interpretatie van het Zwanenmeer is heel doorleefd’, ‘Die H&M kledij is toch niet van dezelfde kwaliteit als die van C&A’ en ‘och, ze heeft precies een schoon moederinstinct’.

Bij Yanne boekte ik daarentegen een bescheiden vooruitgang en zag ik pafferige Eros ineens van twee kanten komen. Zij en een vriendin probeerden me op haar kot te verleiden; ik ging met de vriendin de deur uit, maar bij haar op bed zag ik mezelf ineens niet het Vestaalse vuur blussen en bedacht op tijd dat ik beter niet in oud-Olympische klederdracht kon uithalen. Ik was niet verliefd op beide bosnimfen, en kon de panfluit dan ook beter onbespeeld laten.

Later probeerde ik yanne van de ware toedracht van het voorval te overtuigen, maar ik ben er zelfs tot op heden niet in geslaagd haar te doen inzien dat ik die nacht vanuit mijn christelijke wormen in Naarden niets méér gedaan heb dan de handelingen waartoe de paus vandaag de dag autonoom in staat is: ook ik sloot het gesprek bij onze gemeenschappelijke vriendin af met een gemompeld, licht gegeneerd en hoogstwaarschijnlijk totaal onverstaanbaar ‘Urbis et orbis’.

Yanne moest meemaken hoe ik einfach compliciert verliefd werd op een japanologe; hoe ik hersenspinsels uit mijn ziel rukte om te bekoren; hoe ik wellicht Yanne tot ingehouden verveling toe bleef lastig vallen met mijn monologiserende bleitredes.

Een reactie op “Maesoleum

  • 15 juni 2004 om 15:31
    Permalink

    nu nog een linklijst van lyriek en iedereen komt oude histories oprakelen. 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *