Koorts

Vrijdagavond en ik voel een lichte kriebel in mijn keel. Een beginnend griepje, of gewoon een allergische reactie voor een toneelavondje dat behoorlijk tegengevallen was (de derrière van het stuk, nog wel!)? Hoe zeg je tegen de regisseur dat je echt niets kon appreciëren aan het stuk waar hij bloed, zweet en retsina in gestoken heeft, zonder hem te fnuiken met een prehistorische mokerslag op zijn derrière? Als geboren criticaster is zulks een tantaluskwelling.

Dan maar weer alternatief-positief macrobiotisch gaan kokerellen op zaterdagmorgen. Gezond perengelatineke is niets voor mij, heb het toch maar Groen!gewijs doorgeslikt, om ons Kulderzipken niet voor d’r hoofd te stoten. Ze heeft het al zo moeilijk dat ze slechts voor een handvol gegadigden mag koken, waarvan exact 3 bevrijd geilend naar instantvettigheid de les uitholden.

De zondagsklok luidt, burgerplicht roept, in het gelid! 3703 at your service. Verkiezingen en wij werden uitgeloot voor het Vlaamspaarse loodje. Acht bijzitters present, vier nodig. Ik kan ternauwernood mijn enthousiasme verbergen, nog nooit voelde ik me ergens zo euforisch teveel, tot wanneer een burgerzindelijke knol net voor mij “Ja, ik wil” scandeert en ik niet meer kan onderdoen. Verkiezingen ’04, here I come. Grappige ontmoeting met buurtbewoners. Hoor mij dat zeggen, Mister “’t is niet omdat ge mijne buur zijt, dat ik met u moet klappen”… Ik hoor het buurtgedruis al rommelen, ik begin de barbecues al te ruiken, ontsteekt het Bengaalse vuur, we are introduced. En als klap op de vuurpijl staan we in De Morgen, breedsmoelerig als nooit tevoren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *